Venlo TPN, deelgebieden 1 en 2 terreinen D en F, gemeente Venlo

DOI

In opdracht van de gemeente Venlo heeft ADC ArcheoProjecten een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Trade Port Noord, deelgebieden 1 en 2, terreinen D en F in Venlo. De directievoering voor het project was in handen van ArcheoLogic. Het onderzoek had in zekere mate een waarderend aspect: door middel van het zetten van handboringen is de bodemopbouw gewaardeerd. De aanleiding voor het onderzoek was de realisatie van een uitbreiding van het bedrijventerrein Trade Port Noord in het plangebied. Tijdens eerder uitgevoerd proefsleuvenonderzoek door ADC ArcheoProjecten (terrein F, 2006) en BAAC (terrein D, 2007) is op beide terreinen vuursteen aangetroffen.Het doel van het onderzoek was inzicht te krijgen in de ruimtelijke spreiding van de verwachte vuursteenconcentraties en deze in verband te brengen met de stratigrafische opbouw van beide plangebieden. Er diende achterhaald te worden of restanten van oudere (podzol)bodems in de ondergrond van beide terreinen aanwezig zijn en of er een verband bestaat tussen de aanwezigheid van vuursteenconcentraties/-vindplaatsen en de verwachte oudere (podzol)bodems.Het onderzoek is in twee fasen uitgevoerd. De eerste fase vond plaats van 17 september t/m 7 oktober 2 2008. Hierbij is een gebied met een oppervlak van 5000 monderzocht door middel van avegaarboringen met een diameter van 28 cm. Tijdens deze eerste fase ontstond er twijfel of de gehanteerde methode, waarbij een bepaald grondvolume uit de kern van een avegaar boring werd geselecteerd om uit te zeven, tot het gewenste resultaat zou leiden. Het onderzoek is daarop gestaakt en uitvoerig geëvalueerd. Op grond van de evaluatie is vastgesteld dat (tijd, geld en resultaten afwegend maar ook mede gezien de omvang van het onderzoek) een doorstart met avegaarboringen de beste keus was. Er werd besloten de 2 2 resterende 25.310 mvan terrein D en geheel terrein F (10.759 m ) alsnog met de avegaar karterend te onderzoeken, echter met een enigszins aangepaste en geoptimaliseerde methode. De aanpassing van de onderzoeksmethode tijdens de tweede fase betreft o.a. het volledig uitzeven van de boorkernen vanaf de overgang van het plaggendek tot 50 cm in de C-horizont en het zetten van aanvullende handboringen om een goed beeld te verkrijgen van de bodemopbouw. Deze tweede fase van het onderzoek vond plaats tussen 11 september t/m 5 oktober 2009.In de eerste fase zijn de avegaarboringen gezet in een verspringend 5 bij 5 m grid. In de tweede fase zijn de boringen gezet in een 10 bij 5 m grid. Het zeefresidu is gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 3 mm. Het zeefresidu is onderzocht op het voorkomen van archeologische indicatoren.Terrein D bevindt zich op de top en de flank van een dekzandrug en in een overgangsgebied naar een beekdal. Het hoogste deel van het terrein (de top van de dekzandrug) bevindt zich aan de noordzijde, langs de Heierhoevenweg. Het terrein kent een neergaande helling richting het zuiden. In het noordelijk deel van terrein D is een plaggendek op een afgetopte C-horizont aangetroffen. In het middendeel is onder het plaggendek een intacte podzolbodem aangetroffen. In het zuidoosten is onder het plaggendek een veenlaagje aangetroffen. In het zuidwesten is onder het plaggendek een kleiige of lemige C-horizont aangetroffen.Het aangetroffen bewerkte vuursteen kent op terrein D een vrij brede verspreiding. De verspreiding komt grotendeels overeen met de verspreiding zoals aangetoond tijdens het eerder uitgevoerde proefsleuvenonderzoek. In het westen van terrein D is sprake van een zone waar relatief veel bewerkt vuursteen is aangetroffen. In het midden van de meest zuidelijke strook en in het noordoosten van terrein D is weinig of geen bewerkt vuursteen aangetroffen. Mogelijk heeft het ontbreken van bewerkt vuursteen te maken met erosie als gevolg van het stromen van een beek. We kunnen geen verband aantonen tussen de aanwezigheid van bewerkt vuursteen en de aanwezigheid van een podzolbodem. In de zone waarin relatief veel bewerkt vuursteen is aangetroffen, bevindt zich een intacte podzolbodem. Echter, ten noorden hiervan, waar de bodem is afgetopt tot in de C-horizont, is ook vuursteen aangetroffen. In het zuidwesten van terrein D bevindt zich een recent opgebrachte puinhoudende ophogingslaag. Deze valt gedeeltelijk samen met een relatief hoge vondstdichtheid op deze plek. Het is daarom niet uit te sluiten dat het aangetroffen bewerkte vuursteen gedeeltelijk afkomstig is uit de recent opgebrachte ophogingslaag.In verhouding tot de hoeveelheid bewerkt vuursteen, is beduidend minder prehistorisch aardewerk aangetroffen op terrein D. De verspreiding van deze twee vondstmaterialen vallen gedeeltelijke samen en bevindt zich voornamelijk in het noordelijk deel van het terrein. Het grootste deel van het prehistorische aardewerk is (waarschijnlijk) afkomstig uit de IJzertijd. Ook zijn scherven uit de Bronstijd en het Neolithicum aangetroffen. Opvallend is de vondst van een aantal Michelsbergaardewerkscherven (Neolithicum) in boring 422. Terrein F wordt gekenmerkt door een steilrand. Op de plaats van de steilrand bevond zich een natuurlijke helling waarop zich een houtwal bevond. Als gevolg van wisselende ploegwerkzaamheden aan beide zeiden van de houtwal en wisselende diktes van het plaggendek is dit reliëf versterkt. Ten zuiden van de steilrand, in de depressie, is direct onder het plaggendek een C-horizont aangetroffen. In het zuidwestelijk deel van het terrein, in de depressie, is onder het plaggendek een veenlaagje - soms met een witgekleurde dunne stuifzandlaag - op een C-horizont aangetroffen. In het oosten van het terrein bevindt zich vaak direct onder het plaggendek een C-horizont en soms bevindt de C-horizont zich direct aan het oppervlak. Dit is het gevolg van het recent verwijderen van de humeuze bovengrond. Ten noorden van de steilrand, in het midden van terrein F, is de bodem grotendeels intact. In de meeste boringen is onder het ca. 50 cm dikke plaggendek een BC of een EBC profiel aangetroffen. In een aantal boringen is een dubbele podzolbodem herkend. In het westen van terrein F is direct onder het plaggendek een C-horizont aangetroffen. Ter plaatse van een aantal boringen is de bodem tot diep in de C-horizont verstoord als gevolg van de voormalige bebouwing. Deze is enkele jaren voor de start van het onderhavige onderzoek gesloopt.Het vuursteen op terrein F kent een brede verspreiding. Wel is een verband aanwezig tussen de aanwezigheid van een intacte podzolbodem onder het plaggendek en het voorkomen van bewerkt vuursteen. Echter, in de verstoorde (geploegde) zone in het zuidoosten van het terrein is ook bewerkt vuursteen aangetroffen. Lokaal is er sprake van afgravingen: hier is geen humeuze bovengrond meer aanwezig.Op basis van het huidige onderzoek is het bijzonder moeilijk de aard van de archeologische waarden nader te duiden. Het is mogelijk dat vuursteenvindplaatsen door de mazen van het hanteerde grid vallen. Dit geldt voor beide fasen van het onderzoek. Er kan alleen een globale indruk van de aangetroffen gemiddelde vondstconcentraties worden gegeven; en dan met name alleen van die van bewerkt vuursteen. Er kunnen geen uitspraken worden gedaan omtrent de verticale spreiding van de prehistorische indicatoren. Het huidige onderzoek heeft het eerdere onderzoek bevestigd: er worden vuursteenvindplaatsen verwacht. De precieze locatie, aard, omvang en kwaliteit van de vuursteenvindplaatsen kan op basis van het onderhavige onderzoek niet worden vastgesteld. Een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek waarbij vakken worden uitgegraven en gezeefd kan hier mogelijk uitsluitsel over geven.Op basis van eerder en huidig onderzoek is mogelijk aangetoond dat in de terreinen archeologische waarden aanwezig zijn. Het bevoegd gezag (gemeente Venlo) maakt de afweging of verder aanvullend onderzoek noodzakelijk is voor het nemen van een selectiebesluit en of verdere maatregelen noodzakelijk zijn.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-XXA-ES2G
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-XXA-ES2G
Provenance
Creator M. Hanemaaijer; R. van Lil
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor J.W. Beestman; ADC ArcheoProjecten
Publication Year 2020
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact J.W. Beestman (ADC)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/xml
Size 20961463; 12128; 11700; 799; 3631
Version 1.0
Discipline Humanities