Tijdens dit onderzoek zijn in totaal 58 boringen gezet. Uit het onderzoek blijkt dat de bodemopbouw in een groot deel van het onderzoeksgebied intact is (bouwvoor op veen op dekzand). In negen van de boringen is de bodemopbouw echter verstoord/ niet intact. In deze boringen is tussen de bouwvoor en het dekzand geen veen aangetroffen. De algemene indruk is wel dat deze verstoringen het dekzand in beperkte mate hebben aangetast. De waargenomen veendikte varieert van 5 cm tot 130 cm en de diepte van het dekzand varieert van 8,94 +NAP tot 10,98 +NAP. Tijdens het veldonderzoek zijn op het maaiveld op vier locaties archeologische indicatoren (vuursteen) aangetroffen.De resultaten van het booronderzoek zijn direct op het kaartmateriaal samengevoegd met de resultaten van de voorgaande booronderzoeken met als doel om onderzoeksstrategieën te formuleren die als uitgangspunt kunnen dienen voor een op te stellen Programma van Eisen (PvE) voor archeologisch vervolgonderzoek binnen het onderzoeksgebied.