Volgens het bureauonderzoek door Econsultancy ligt de locatie op het zuidelijke deel van een uitgestrekt dekzandruggencomplex met esdek. Op basis van deze landschappelijke ligging blijkt dat het plangebied vanaf het Laat-Paleolithicum gunstig is geweest voor jagers-verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers.De locatie heeft dan ook een hoge trefkans. In de omgeving zijn bij diverse onderzoeken resten uit alle perioden vanaf het Neolithicum en met name de IJzertijd aangetroffen. Archeologische resten en sporen zullen zich direct onder het esdek bevinden. De mate waarin de oorspronkelijke bodem is verstoord bij aanleg van het esdek bepaalt in hoeverre nog daadwerkelijk resten en sporen worden aangetroffen.Tijdens het booronderzoek is vastgesteld dat de locatie inderdaad op een dekzandrug met esdek ligt. Aan de basis van het edek is een oude akkerlaag aangetroffen, waarin ook houtskool en verbrand leem is waargenomen. Onder het esdek was nog een restant van het oorspronkelijke podzolprofiel aanwezig. Er zijn geen aanwijzingen dat de bodem in recente tijden dusdanig is vergraven dat aanwezige archeologische resten zijn verdwenen. Dit is eventueel wel mogelijk ter plaatse van de bestaande bebouw, maar dat kan op dit punt niet met zekerheid worden gezegd.Resumerend kan worden gesteld de locatie altijd gunstig gelegen is geweest voor bewoning en dat er, op basis van het aangetroffen houtskool en verbrand leem, mogelijk sprake is van een archeologische vindplaats. Doordat het oorspronkelijke bodemprofiel is afgetopt, zijn vooral diepere sporen te verwachten. Er kan nog geen uitspraak worden gedaan over complextype, omvang en datering. Door de lage grondwaterstand zullen voornamelijk anorganische resten bewaard zijn gebleven.
Issued: 14 mei 2009