Oirschot Plangebied 't Laar

DOI

In opdracht van Martien van Beljouw heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC bv een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met behulp van boringen (karterende fase) uitgevoerd in het plangebied 't Laar te Oirschot. Aanleiding voor dit onderzoek is een bestemmingsplanwijziging waarbij nieuwbouw is voorzien.Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied over het algemeen een hoge archeologische verwachting heeft. Op basis van de landschappelijke ligging, de bewoningsgeschiedenis van de regio en de ouderdom van de afzettingen geldt voor het plangebied een specifiek hoge verwachting voor de steentijden tot en met de midden-Romeinse periode, en een middelhoge verwachting voor de volle middeleeuwen en de nieuwe tijd.Voor de laat-Romeinse periode en de vroege middeleeuwen was de verwachting laag.Uit het karterend booronderzoek blijkt dat in het plangebied is sprake van een humeus dek met een dikte van 35 tot 55 cm. De bodem in het plangebied valt dan ook deels te typeren als een hoge zwarte enkeerdgrond (humeus dek > 50 cm) en deels als een laarpodzolgrond (humeus dek < 50 cm). Er is géén oud esdek aangetroffen waarin meerdere fasen konden worden waargenomen. Onder het humeuze dek was de bodem in de meeste boringen afgetopt tot op de C-horizont. In één boring is nog een BC-horizont aanwezig. Aan de onderkant van het humeuze dek bevonden zich de vlekkerige restanten van het oorspronkelijke podzolprofiel, die bij de ontginning in het humeuze dek zijn opgenomen. Dergelijke menglaag is vooral typerend voor recentere ontginningen uit de nieuwe tijd, toen de meer marginaal gelegen gronden in gebruik werden genomen en de podzolhorizont werd doorspit ten behoeve van grondverbetering (Doesburg et al., 2007). Eén boring is dieper verstoord tot in de Chorizont.Ondanks het feit dat er karterend is geboord zijn er geen aanwijzingen in de vorm van archeologische indicatoren aangetroffen voor de aanwezigheid van vindplaatsen binnen de grenzen van het plangebied. Weliswaar hoeft dit niet noodzakelijk te betekenen dat er ook geen archeologische vindplaatsen aanwezig zijn in het plangebied, maar mede gezien het feit dat het hierbij ook om een relatief recente ontginning gaat (laarpodzolgrond, vlekkerige menglaag aan de onderkant van het humeus dek) en dus niet om een oud esdek dat gevormd is op een locatie die van oudsher interessant was voor bewoning en steeds een conserverende werking heeft gehad op de onderliggende archeologie, kan de hoge archeologische verwachting voor bronstijd tot en met de midden-Romeinse tijd en de middelhoge verwachting voor de late middeleeuwen/nieuwe tijd voor het plangebied worden bijgesteld naar laag. Het plangebied is immers waarschijnlijk een late ontginning en dus pas laat in gebruik genomen. De specifieke hoge verwachting voor steentijden komt hierbij ook te vervallen, mede wegens de afwezigheid van een grotendeels intact podzolprofiel. Het vondstniveau waarop artefacten uit de steentijden kunnen worden verwacht is hierdoor verdwenen. Voor het plangebied wordt dan ook geen vervolgonderzoek aanbevolen.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-zv2-jh32
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-zv2-jh32
Provenance
Creator Krekelbergh, N.J.; Ruiter, D.L. de
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor N.J. Krekelbergh; BAAC bv te Deventer
Publication Year 2011
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact N.J. Krekelbergh (BAAC)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 7175; 7038; 901; 4533; 4316838
Version 1.0
Discipline Humanities