Bureau voor Archeologie heeft een bureau- en booronderzoek uitgevoerd voor
de Haarbrinksweg 61 te Geesteren.
Het plangebied ligt op een dekzandrug die tijdens de laatste ijstijd is ontstaan. Deze
rug vormt een geschikte bewoningslocatie voor zowel jager-verzamelaars als
landbouwers. In de Late Middeleeuwen wordt door plaggenbemesting een humeus
dek gevormd dat onderliggende sporen kan hebben geconserveerd. Het plangebied
ligt ter hoogte van een 20e-eeuws boerenerf. Op de plek
waar nu bebouwing zal worden gerealiseerd, heeft voor het overgrote deel niet eerder
bebouwing gestaan. De dekzandrug is ter hoogte van het erf dat nu zal worden
uitgebreid geëgaliseerd in de 20e eeuw. Plandeel 2 is daarbij deels vergraven.
In het plangebied zijn zes boringen gezet met einddieptes tussen 150 en 280 cm -mv.
Hieruit blijkt dat de top van het oorspronkelijke dekzand onder het humeuze dek nog
deels intact is. Dit is herkenbaar aan de aanwezigheid van een inspoelingslaag (B-
horizont) bij drie van de zes boorpunten. Bij drie andere boorpunten is de B-horizont
niet (meer) aanwezig hoewel in twee boringen het dekzand slechts ondiep lijkt te zijn
verstoord. Ondiepe sporen en spreidingen van artefacten zijn waarschijnlijk verploegd.
De onderkant van het potentiële sporenniveau is mogelijk nog aanwezig. Hierin
kunnen diepere sporen zoals waterputten en paalkuilen nog aanwezig zijn. Er moet
daarom rekening gehouden worden met archeologische resten uit het Midden
Neolithicum en later.