Laagland Archeologie heeft in februari – maart 2024 een Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Steenhuizen 6 te Zevenaar. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de sloop van het huidige schoolgebouw, gevolgd door de bouw van nieuwe woningen.Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocol SIKB KNA 4003.Op basis van eerder bureauonderzoek bestaat de bodemopbouw van het plangebied uit een opgebracht antropogeen pakket (ophooglaag). Daaronder ligt een oeverwal van de doorbraakgeul De Aa. Onder deze oeverafzettingen zijn komafzettingen uit het Holoceen aanwezig met hieronder, op een diepte van 2 tot 3,4 m -mv, afzettingen van de Kreftenheye Formatie.Het historisch onderzoek geeft aan dat op ongeveer 80 meter ten westen van het plangebied een historisch erf (Hof Steenhuizen) aanwezig was. In het plangebied zijn mogelijk afvalresten van dit hof te verwachten, wellicht ook sporen van bijgebouwen. Deze sporen dateren waarschijnlijk uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd en bevinden zich waarschijnlijk direct in en onder de ophogingslagen of in de top van de oeverafzettingen. Daarnaast kunnen resten aanwezig zijn van de afwatering van de stadsgracht. Deze afwatering is omstreeks de 15e eeuw gegraven en komt op de kaarten uit begin 19e eeuw nog voor.Daarom is vervolgonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek geadviseerd. Hierbij worden verspreid over de toegankelijke delen van het plangebied in totaal 10 grondboringen gezet, waarvan tenminste 4 in raai met een onderlinge afstand van 2 m haaks over de vermoedelijke locatie van het kanaaltje worden gezet.Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.Binnen het plangebied zijn meerdere archeologische niveaus aangetroffen (binnen het plangebied bevindt zich een gestapeld landschap). Afhankelijk van de plannen en de daarmee gepaard gaande bodemingrepen worden deze archeologische niveaus mogelijk geraakt. Binnen de toekomstige bebouwing is het archeologisch niveau van 10,90 m +NAP aangetroffen, waar waarschijnlijk het archeologisch niveau geraakt gaat worden. In de rest van het plangebied zal de top van het archeologische niveau niet worden geraakt. In de regio Arnhem wordt een veiligheidsmarge van 30 cm aangehouden. Dit impliceert dat archeologisch onderzoek conform protocol 4003 IVO (landbodems) aan de orde is bij bodemingrepen die dieper dan het niveau van 11,20 m +NAP reiken. De bodemingrepen reiken waarschijnlijk alleen tot onder dat niveau waar de nieuwbouw is voorzien (zie Bijlage 7).We adviseren in het Omgevingsplan een aanduiding omtrent archeologie op te nemen.