Dit onderzoek heeft plaatsgevonden naar aanleiding van de bouw van batterijen voor de opslag van energie van het toekomstige zonnepark Eekerpolder in opdracht van Novar Storage Projecten B.V. Het gebied bevindt zich in een maritiem afzettingsgebied bestaande uit Dollardklei. In de omgeving komen hoger gelegen dekzandkoppen en -ruggen voor. Tijdens voorafgaand onderzoek zijn in de directe omgeving regelmatig archeologische resten uit het mesolithicum aangetroffen. Verder werd het gebied tijdens de late middeleeuwen en de nieuwe tijd klaarblijkelijk bewoond. Minder duidelijk in het archeologisch archief, maar zeker niet uit te sluiten, zijn resten uit het neolithicum en de bronstijd. Gezien de grote aanwezigheid van de steentijd in de omliggende bodem en de geschiedenis van oude middeleeuwse dorpskernen in de lagergelegen gronden werd er besloten om verkennend booronderzoek uit te voeren.
Uit het booronderzoek blijkt dat de bodem in het onderzoeksgebied bestaat uit zand (dekzand) met bodemvorming, waarover eerst veen en later klei is afgezet. De dikte van het kleipakket varieert van 0,35 en 1,55 m. In de boringen met een dikker kleipakket bestaat de onderste laag uit siltige met daarboven zandige klei. In de boringen met een dunner kleipakket bestaat dit pakket enkel uit zandige klei. Veen is in 18 van de boringen aangetroffen. Ook in de dikte van het veen zitten grote verschillen. Op de plaatsen waar de pakketten veen en klei het dikste zijn, is een geul van de rivier de Oude Ae aanwezig. Deze geul is aangetroffen in tien boringen.
Het vondstmateriaal wijst op menselijke activiteit in bepaalde zones binnen het onderzoeksgebied. In de zones in of naast de aangetroffen restgeul zijn de vuursteenvondsten aangetroffen. Uit de clustering van deze vuursteenvondsten bij/in de restgeul, evenals het botfragment en de concentraties houtskool, blijkt dat ter plaatse van boring 16 een vindplaats aanwezig is. Dit past binnen het beeld dat randzones van geulen als zeer aantrekkelijk werden beschouwd door de vroegere mens.