Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase De Houtmars te Dalfsen, gemeente Dalfsen (OV)

DOI

Laagland Archeologie heeft in juni 2023 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan De Houtmars op het landgoed Rechteren bij Dalfsen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de aanleg van een vijftal passeerhavens en het aanbrengen van een verharding op het tracé van de Houtmars.Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.De geplande ingreep voorziet in het aanbrengen van een (semi) verharding. Hierbij wordt tot gemiddeld 10 cm tot maximaal 15 cm -mv ontgraven. Dit blijft (ruim) binnen de vrijstellingsgrens van 30 (40) cm -mv in het gemeentelijke archeologiebeleid. Op een vijftal locaties worden passeerhavens aangelegd. Hier wordt een cunet aangelegd waarbij gemiddeld 30 en maximaal 50 cm onder het maaiveld wordt ontgraven.Het westelijke plangebied ligt op een rivierduin waarop een plaggendek is aangebracht. Het oostelijke deel ligt op een rivierterras. Hier is sprake van verspoelde dekzanden. Bodemkundig ligt het westelijke deel in een zone met hoge bruine enkeerdgronden. Iets ten noorden van de Houtmars ligt vermoedelijk een oude Vechtmeander. Zuidelijk van het plangebied stroomde een riviertje dat ongeveer in de 10e en 11e eeuw is gekanaliseerd (Marswetering). Het oostelijke traject doorsnijdt vlakvaaggronden, beekeerdgronden en veldpodzolgronden. Dit gaat veelal om relatief laaggelegen, natte gronden.In de nabijheid van het (westelijke) plangebied liggen een tweetal AMK-terreinen. Hier zijn onder een plaggendek resten van nederzettingen uit de Vroege en Late Middeleeuwen gevonden.Het oostelijke deel van de Houtmars is in ieder geval tot 1648 terug te voeren. Het westelijke deel is waarschijnlijk eveneens eeuwenoud. Waarschijnlijk is het aldoor een eenvoudig zandpad gebleven. Het oostelijke deel liep vermoedelijk een aantal meters noordelijker dan het huidige traject. Pas in de loop van afgelopen eeuw is een deel van de Houtmars voorzien van een (semi) verharding.In het plangebied kunnen resten uit alle archeologische perioden worden verwacht. Dit betreft met name het westelijke plangebied (de zone waar rivierduinen voorkomen). Het oostelijke deel was door de lagere ligging waarschijnlijk een minder aantrekkelijke locatie. Voor deze periode kan een middelhoge verwachting worden aangehouden.Zeer waarschijnlijk is de Houtmars daarbij aldoor een zandpad gebleven. Resten van bewoning uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd zijn daarmee niet te verwachten. Karrensporen en dergelijke kunnen aanwezig zijn. Omdat in het westelijke deel geen uitwijkmogelijkheden waren, zal er periodiek wegherstel zijn geweest, waarbij karrensporen en dergelijke werden geëgaliseerd. Op het Houtmarstraject zijn daarom waarschijnlijk geen resten van oudere wegen te vinden, zeker niet binnen de verstoringsdiepte van 10-15 cm.De passeerhavens lagen naast de weg. Ook hier worden niet zozeer bewoningsresten vanaf de Late middeleeuwen verwacht. Echter, hier kunnen wel afvalresten en dergelijke worden aangetroffen. De kans op het aantreffen van dergelijke resten is, gezien de geringe omvang van de geplande verstoringen (in horizontale en verticale zin), gering.Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.Het booronderzoek bevestigt grotendeels het verwachtingsmodel. Echter, uit de boringen blijkt dat het archeologisch niveau in het westelijke plangebied dieper ligt dan de maximale ingreepdiepte. In het oostelijke deel is een AC-profiel gezien. De verstoringsdiepte varieert hier van 15 tot maximaal 45 cm. De onderliggende C-horizont toont tekenen van verspoeling. Dit is waarschijnlijk aldoor een nat gebied geweest. Bewoning is hier niet te verwachten. Afvalkuilen en dergelijke kunnen niet worden uitgesloten. Gezien de geringe kans hierop adviseren we ook dit deel vrij te geven.Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Dalfsen. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, dr. O. Satijn.Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-278-gmzg
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-278-gmzg
Provenance
Creator E.W. Brouwer
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor R.C.B. Steenbak; Laagland Archeologie
Publication Year 2023
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact R.C.B. Steenbak (Provincie Noord-Brabant)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; application/gml+xml; application/zip; text/xml
Size 7411496; 2492; 25419; 3289; 1190; 1343; 1815; 830; 1597; 3146; 10386; 5246; 1851; 1148; 1678; 1831; 2038; 2143; 2037; 1269; 1624; 2134; 1391; 1984492; 978; 1602; 177302; 1445; 977; 1280; 1604425; 907; 1208; 2963; 980; 38289; 1470; 2124; 2075; 1450; 1813; 1524; 2323; 306595; 44023; 2858; 237391; 1551; 309627
Version 1.0
Discipline Humanities