Aanleiding voor het onderzoek is de aanleg van het fietspad in opdracht van Dienst Landelijk Gebied (DLG). De bodemverstorende activiteiten die hiermee gepaard gaan kunnen de eventueel aanwezige archeologie verstoren. In het kader hiervan is in eerste instantie een bureauonderzoek uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek is vervolgens archeologisch veldonderzoek uitgevoerd.In het plangebied zijn twee beekdalen gelegen. In deze beekdalen is ondermeer gezocht naar dekzandkopjes. Een mogelijke dekzandkop is in de boringen herkend. De mogelijke dekzandkop bevat geen (intact) podzol of archeologische indicatoren. Daarnaast bevatten de boringen een verstoord zandpakket. Omdat de top van het dekzand is verstoord en ondiepe mesolithische resten alleen in de top van het dekzand worden verwacht, worden hier daarom geen intacte archeologische waarden verwacht. Er is geen veen aangetroffen in de beekdalen en de bodem is overal verstoord tot in de Chorizont. Het terrein lijkt te zijn geëgaliseerd. Dit, in combinatie met de afwezigheid van archeologische indicatoren, betekent dat de kans op de aanwezigheid van resten van voorden of dumpzones gering wordt geacht. Op basis van bovenstaande conclusies wordt het plangebied niet behoudenswaardig geacht. Aanbevolen wordt geen nader archeologisch onderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor de geplande werkzaamheden.
Date: 2011