Bureauonderzoek aanleg geleiderail Hoendiep N.Z., Gaarkeuken-Stroobos, gemeente Westerkwartier en Achtkarspelen

DOI

Antea Group heeft in juni 2020 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd in voorbereiding op geplande werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van geleiderails langs de weg met de naam Hoendiep Noordzijde en Eibersburen, tussen de plaatsen Gaarkeuken en Stroobos. De geleiderail wordt geplaatst om te voorkomen dat uit de koers geraakte auto’s te water kunnen raken. Het plangebied betreft de berm tussen het Van Starkenborghkanaal ten zuiden en genoemde weg ten noorden. Het lijnvormige plangebied betreft een strekking van circa 6250 m en ligt voor het grote deel (circa 5670 m) in de gemeente Westerkwartier (provincie Groningen) en voor het kleine deel (circa 580 m) in de gemeente Achtkarspelen (provincie Friesland).

Een bureauonderzoek is de eerste stap in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) en betreft het stadium van onderzoek waarbij bekende gegevens worden geïnventariseerd. Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Waar kunnen we wat verwachten?

Alle verkregen gegevens uit het bureauonderzoek overwegende wordt geconcludeerd dat aan een trajectdeel van ongeveer 1000 m, vanaf de gemeentegrens van Achtkarspelen tot circa 500 m ten oosten van Dorp een hoge verwachting kan worden toegekend voor de aanwezigheid van (thans verdwenen) huis- of dorpswierden uit de late middeleeuwen tot nieuwe tijd A. Dit deel van het plangebied lag in de invloedssfeer van de rivier de Lauwers, die in het verleden zowel als afwaterende rivier en als getijderivier heeft gefunctioneerd. De oeverwallen en kwelderwallen en de verzande geulen (inversieruggen) hebben geleid tot een reliëf dat ter hoogte van Dorp nog goed zichtbaar is aan het huidige maaiveld. Het plangebied kruist ter hoogte van Dorp het Lauwers-systeem.

Bij het graven van het Hoendiep in de 17e eeuw kunnen resten van dorpen of huizen (dorps- of huiswierden) onbewoond zijn geraakt en (deels) vergraven. In de berm van de weg zouden zich echter nog (incidentele) resten van deze verlaten dorps- of huiswierden kunnen bevinden.

Te Eibersburen geldt in principe een vergelijkbare verwachting als bij Dorp, maar hier heeft in het kader van de werkzaamheden ter plaatse van de brug reeds grootschalig grondverzet plaatsgevonden in de berm en kade. Uit de archeologische begeleiding van dat werk zijn geen archeologische waarnemingen naar voren gekomen.

Voor het overige deel van het plangebied is de verwachting laag gezien de ligging in de knipkleivlakte. Daarnaast wordt vanwege de landschappelijke ontwikkeling (Lauwers-inbraak) geen grootschalig intacte top van het veen verwacht (het landschap uit de ijzertijd-Romeinse tijd) en het dekzand (het landschap uit de steentijd) ligt dieper dan de voorgenomen ingreep.

Advies Voor een gedeelte van het plangebied ter hoogte van Dorp geldt (de verstoringsdiepte in aanmerking genomen) een hoge verwachting voor resten uit de periode late middeleeuwen tot nieuwe tijd A. Dit betreft een verwachting en geen vastgestelde waarde. De aan te brengen bodemverstoring is minimaal vanwege de aanlegwijze waarbij de palen de grond in worden gedreven en géén machinaal grondverzet plaatsvindt. Het te verstoren oppervlak (paalverstoring maal het aantal palen) is bovendien zeer klein en valt omgerekend ruim onder de door de gemeenten Westerkwartier en Achtkarspelen vastgestelde vrijstellingsgrenzen voor archeologische verwachtingsgebieden. Het plangebied is daarmee niet omgevingsvergunningsplichtig ten aanzien van het aspect archeologie. Conform hieraan adviseren wij tot vrijgave en tot het niet uitvoeren van nader archeologisch onderzoek.

Indien de funderingspalen toch in open ontgraving worden aangelegd zullen de vrijgestelde grenzen voor het plangebied, voor zover gelegen in de gemeente Westerkwartier, worden overschreden. In dat geval dient ook een omgevingsvergunning te worden aangevraagd.

Wij verzoeken de opdrachtgever dit rapport en het advies hierin ter beoordeling voor te leggen aan haar archeologisch adviseur (dhr. P. Soet, gemeente Westerkwartier). Ook vragen wij vriendelijk om in het geval van beoordeling of akkoord dit aan de auteur van dit rapport (Antea Group) kenbaar te maken zodat een definitieve versie van dit rapport kan worden opgemaakt.

Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeente (dhr. P. Soet, beleidsadviseur archeologie, gemeente Westerkwartier) kan ook.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/OZIDHB
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/OZIDHB
Provenance
Creator Fens, RL
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor afdeling Archeologie; Antea Group
Publication Year 2022
Rights CC-BY-NC-SA-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by-nc-sa/4.0
OpenAccess true
Contact afdeling Archeologie (Antea Group)
Representation
Resource Type bureauonderzoek conform BRL4000 protocol 4002; Dataset
Format application/pdf
Size 12002817
Version 1.1
Discipline Humanities
Spatial Coverage Hrrtrnbrrn