Op 30 september, 1 en 15 oktober 2019 heeft een archeologische begeleiding plaatsgevonden bij de Stadsmuur aan het Wilhelminaplein in Hardenberg. De archeologische begeleiding is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Hardenberg, vertegenwoordigd door de heer M. Schiphorst. De aanleiding voor het onderzoek zijn devoorgenomen werkzaamheden voor het herstel en de versteviging van de monumentale stadsmuur (Rijksmonument 20011). De graafwerkzaamheden die nodig zijn voor het herstel aan de muur, kunnen archeologische waarden beschadigen en artefacten naar het maaiveld halen. De werkzaamheden binnen het plangebied zijn uitgevoerd onder archeologische begeleiding conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 en BRL SIKB 4000, protocol 4003 variant AB. Uit eerder onderzoek (zie Hoofdstuk 2.3) is gebleken dat de stadsmuur is opgebouwd uit in stukken gezaagde ijzeroerbrokken, een materiaal dat in de naaste omgeving in het Vechtdal werd gewonnen. Stukken van de stadsmuur zijn eerder aangetroffen tijdens rioolwerkzaamheden in 1953 en bij de uitbreiding van het postkantoor (grenzend aan het huidige plangebied) in 1959. Uit peilingen bleek dat de stadsmuur doorliep, onder het bestaande postkantoor, de Voorstraat en in het huidige plangebied, direct zuidelijk van het postkantoor, waar op dat moment een onbewoonbaar huis stond. De stadsmuur kon tijdens de werkzaamheden bij het postkantoor niet behouden blijven en is daarom afgebroken. Door de gemeente is in 1962 het onbewoonbare huis aangekocht en afgebroken. Op deze plek zijn de restanten van de stadsmuur teruggevonden en in 1962 hersteld.In de periode januari – maart in 2019 heeft Greenhouse Advies bv een archeologisch onderzoek uitgevoerd in het kader van de herinrichting van het Wilhelminaplein, waarbij nieuwe riolering is aangelegd. Dit onderzoek heeft bestaan uit een archeologische begeleiding. Hierbij zijn iets ten zuidwesten van het huidige plangebied resten aangetroffen van de stadsmuur met moerasijzererts.De archeologische begeleiding in het najaar van 2019 beperkte zich tot de bodemingrepen die nodig waren voor de herstelwerkzaamheden aan de stadsmuur. Hierbij zijn smalle putten gegraven waarna gestabiliseerd zand is aangebracht. Omdat hierbij geen horizontaal vlak kon worden aangelegd is hierbij alleen de uitgegraven grond van de putten geïnspecteerd op archeologische materialen en zijn de wanden in de put geïnspecteerd op archeologische sporen. Tijdens de werkzaamheden kon geen leesbaar vlak worden aangelegd in de sleuven, vanwege de geringe breedte. De vlakken konden daardoor niet worden opgeschaafd, gefotografeerd en/of gedocumenteerd. De grond die tegen de noordwestkant van de stadsmuur ligt, is geroerd en “los”. De archeologische begeleiding heeft geen grondsporen opgeleverd en er zijn geen vondsten gedaan. Naar aanleiding van een melding van de uitvoerende aannemer te Hardenberg is op 15 oktober 2019 een inspectie uitgevoerd tijdens de restauratiewerkzaamheden van de stadsmuur. De aannemer heeft, nadat een deel van muur was verwijderd, een opmerkelijke tweedeling in de opbouw waargenomen dat deed vermoeden dat voor een deel van de basis van de muur geen sprake was van een reconstructie (uitgevoerd 1962), maar sprake zou kunnen zijn van een origineel stuk stadsmuur. Op basis van de waarnemingen uitgevoerd tijdens de inspectie kon worden geconcludeerd dat de muur inderdaad originele delen van de dertiende eeuwse stadsmuur bevat die tijdens de reconstructie zijn aangevuld.Selectieadvies door senior KNA-archeoloog drs. C.R.C. Schamp (registratienr. Actorregister: 46647395):De archeologische begeleiding heeft geen (nieuwe) archeologische vindplaats opgeleverd. Bij de archeologische begeleiding zijn geen archeologische sporen aangetroffen en geen relevante archeologische indicatoren. Hoewel het tijdens het veldonderzoek niet mogelijk was om profielkolommen te documenteren, vanwege de geringe breedte van de sleuven, kon tijdens de archeologische begeleiding wel de onderkant van de stadsmuur worden opgemeten op circa 2,95 meter beneden maaiveld en kon worden geconstateerd dat er geen aparte fundering onder de stadsmuur is aangebracht voor de bouw. Onderin de putten is ongestoord lichtgrijs, matig fijn zand waargenomen. Dit zand maakt mogelijk onderdeel uit van de beekdaloverstromingsvlakte.Nadat een deel van muur was verwijderd, werd een opmerkelijke tweedeling in de opbouw waargenomen, wat deed vermoeden dat voor een deel van de basis van de muur geen sprake was van een reconstructie (uitgevoerd 1962), maar sprake zou kunnen zijn van een origineel stuk stadsmuur. Op basis van waarnemingen die tijdens de archeologische begeleiding in september – oktober 2019 zijn gedaan, wordt geconcludeerd dat de muur originele delen van de dertiende eeuwse stadsmuur bevat.Indien in de toekomst in het plangebied graafwerkzaamheden zijn gepland, dient opnieuw archeologisch (veld)onderzoek plaats te vinden. De kans op de aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied blijft namelijk onveranderd. De verwachtingswaarden op de archeologische beleidskaart van de gemeente Hardenberg en de Dubbelbestemming “Archeologie 2” op het bestemmingsplan zijn hierbij nog steeds van toepassing op het plangebied.Ook wijzen wij erop dat als in de toekomst bij (vergunningsvrij) graafwerk in het plangebied onverhoopt toch archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dat daarvan direct melding dient te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel: 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Hardenberg (Dhr. C. Zwarteveen).De gemeente Hardenberg heeft op 5 december 2019 laten weten het selectieadvies in dit rapport op te volgen: het plangebied wordt niet vrijgegeven. In deze definitieve versie zijn de opmerkingen en aanvullingen verwerkt die zijn aangedragen namens de gemeente Hardenberg die daarbij is geadviseerd door de archeoloog mevr. M. Nieuwenhuis.