Het verkennend booronderzoek had tot doel het verkrijgen van inzicht in de bodemgesteldheid en mate van bodemverstoring in het plangebied. Tevens is een oppervlaktekartering uitgevoerd om het al dan niet voorkomen van archeologische indicatoren na te gaan. Aan de hand van deze veldgegevens is de gespecificeerde archeologische verwachting getoetst en is verder inzicht verkregen in de gaafheid van eventueel aanwezige archeologische vindplaatsen. Tijdens de oppervlaktekartering is een vuursteenvindplaats aangetroffen. Dit bevestigt de hoge archeologische verwachting voor dergelijke vindplaatsen op basis van het bureauonderzoek. Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor het voorkomen van vindplaatsen van landbouwers. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat het oorspronkelijke bodemprofiel verstoord is. De verwachte gaafheid en informatiewaarde van de vuursteenvindplaats is daarom laag.Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied een vuursteenvindplaats met een lage gaafheid aanwezig is. Aangezien de informatiewaarde van de vindplaats beperkt is, wordt verder onderzoek niet zinvol geacht. Er gelden zodoende geen restricties ten aanzien van de verdere planvorming.