In de omgeving van het onderzoeksgebied zijn meerdere vuursteenvindplaatsen bekend met artefacten
uit het mesolithicum en het neolithicum. Historisch kaartmateriaal laat zien dat het plangebied in 1815
al gekenmerkt werd door de aanwezigheid van langwerpige percelen en dat hier tussen 1815 en 1850
meerdere boerderijen zijn gebouwd. Kaarten uit latere periodes wijzen erop dat het plan- en
onderzoeksgebied tot op heden in gebruik gebleven zijn voor agrarische doeleinden.
Vanwege de landschappelijke context en omliggende vindplaatsen geldt voor het plangebied een hoge
verwachting voor mesolithische en neolithische resten van jagers-verzamelaars. Verder geldt dat
sporen aangetroffen kunnen worden van vroege landbouwers, daterend uit het neolithicum en mogelijk
de vroege tot midden-bronstijd. Vanwege het veenpakket was het plangebied in de ijzertijd-Romeinse
tijd en de middeleeuwen onaantrekkelijk voor permanente bewoning. Mogelijk werd het plangebied
sporadisch gebruikt voor activiteiten zoals turfsteken, echter is het waarschijnlijk dat eventuele sporen
hiervan vergraven zijn tijdens de grootschalige ontginning van het veen. Voor de ijzertijd-Romeinse tijd
en de middeleeuwen geldt daarom een lage verwachting. Op basis van het historisch kaartmateriaal
geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor bewonings- en gebruikssporen uit de nieuwe tijd
B en daarna. Verder geldt een middelhoge verwachting voor ontginningssporen uit de nieuwe tijd A/B.