In het plangebied was onder een laag ophoogzand ophoogzand en/of een verstoorde laag met veel puin een humeus dek aanwezig dat lemiger werd naar onder toe.Archeologische indicatoren die zijn aangetroffen wijzen erop dat dit humeuze dek is gevormd in de loop van de Nieuwe Tijd, met name vanaf de 16e /17e eeuw. De Chorizont werd aangetroffen op een diepte van 100-200 cm en zal dus niet zijn verstoord door de funderingen van het huis, die zijn aangelegd tot op een diepte van 0,75 cm beneden maaiveld. De zuidwesthoek van het plangebied was verstoord door de aanleg van de kelder in de loop van de 20ste eeuw.Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van vindplaatsen binnen de grenzen van het plangebied. Het lemige karakter van de onderkant van het humeuze dek en de bleke kleur en roestvlekken in de C-horizont wijzen op een lage landschappelijke ligging. Waarschijnlijk was het landschap dan ook niet geschikt voor bewoning en is het pas in de loop van de Nieuwe Tijd als akkerland in gebruik genomen.