ADC ArcheoProjecten heeft een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) in de vorm van proefsleuven uitgevoerd voor het plangebied Markt- Gemeentehuis te Meerssen. In het plangebied zal een bestaande ondergrondse parkeergarage worden uitgebreid, met een maximale diepte van 4 m onder maaiveld. Het uitgevoerde onderzoek was gericht op het nader bepalen van de aard, plaats en waarde van de archeologische resten in het plangebied (een terrein van zeer hoge archeologische waarde op de gemeentelijke beleidskaart), zodat hier bij de planontwikkeling rekening mee kon worden gehouden.Het plangebied ligt aan de rand van de Watervalderbeek, op de overgang van het lösslandschap naar het dal van de Geul. Bij overstromingen van de beek werd kalktuf gevormd. Op een bepaald moment in de tijd veranderde het landschap compleet en werd er als gevolg van erosie op de hoger gelegen delen van het landschap in drie fasen een dik pakket colluvium afgezet.Uit historische bronnen is bekend dat Meerssen in de Vroege Middeleeuwen een Karolingisch koningsgoed was, waar een palts (een koninklijke residentie) was gevestigd. Na een schenking van het koningsgoed rond 968 aan de Remigius-abdij te Reims, stichtte de abdij hier in 1130 een proosdij, welke tot aan de Franse tijd bleef bestaan. Het centrum van het proosdijcomplex lag aan de noordzijde van de Basiliek van Meerssen ter plaatse van de tegenwoordige Markt, ten oosten van het plangebied. Van de Basiliek wordt vermoed dat deze op de plaats ligt van de paltskapel. De locatie van de palts is onbekend, al is het aannemelijk dat deze bij Markt en Basiliek verwacht kan worden. Bij eerder binnen het plangebied uitgevoerd onderzoek, onder andere in 2008, zijn aardewerkvondsten uit de Vroege Middeleeuwen gevonden, terwijl in het gebied aan de zuidzijde onder de colluviumpakketten relatief schaarse bewoningssporen zijn gevonden, waarvan de oudste teruggaan tot de Bronstijd en Ijzertijd. Op grond van dit eerdere onderzoek is het gebied aan de westzijde van de Markt, waaronder het huidige plangebied gekarakteriseerd als ‘de periferie van de palts’.Tijdens het hier besproken onderzoek zijn twee werkputten aangelegd, waarin elk vijf vlakken zijn aangelegd. In werkput 1 is een noord-zuid georiënteerde gracht aangetroffen, waarvan de jongste fase in de 11e of 12e eeuw gegraven is. Daaronder bevinden zich nog twee oudere fasen. De exacte loop kon tijdens dit onderzoek niet worden bepaald. De omvang van de gracht wijst erop dat deze een terrein van aanzienlijke grootte en importantie begrensd heeft. Gezien de datering gaat het daarbij waarschijnlijk om het proosdijcomplex en mogelijk ook om het paltscomplex.In werkput 2 is muurwerk gevonden, dat in meerdere fasen is opgericht. Het gebouw waarvan de funderingen zijn teruggevonden, is al zichtbaar op het kadastrale minuutplan en dateert dus uit de periode van voor 1813. Op grond van muuraansluitingen kon een relatieve chronologie vastgesteld worden. De bouwgeschiedenis lijkt overeen te komen met die van de panden Markt 27 en 29. Het oudste muurwerk heeft mogelijk een datering in de 16e eeuw. Gezien het feit dat het gebouw nog wel zichtbaar is op topografische kaarten uit het midden van de 19e eeuw, maar ontbreekt op die van 1907 zal het in de tweede helft van de 19e eeuw zijn gesloopt.Beide complexen zijn zowel op fysieke als inhoudelijke kwaliteit gewaardeerd als behoudenswaardig. Daarmee is de zeer hoge archeologische waarde die op de gemeentelijke archeologische beleidskaart aan het plangebied en de rest van het historisch centrum van Meerssen is toegekend, bevestigd. Indien deze archeologische waarden worden bedreigd door de uitbreiding van de parkeergarage of door andere graaf- of bouwwerkzaamheden, adviseert ADC ArcheoProjecten de gemeente Meerssen om het terrein vlakdekkend op te graven, zodat de archeologische resten ex situ behouden kunnen blijven.
Proefsleuven in de periferie van palts en proosdij