Synthegra B.V. heeft in opdracht van bedrijf XXX een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd op een terrein aan Pr. Bernhardlaan 1 te Puttershoek. De aanleiding is de planontwikkeling met het oog op woningbouw.
De diepte van de toekomstige bodemverstoring is vastgesteld op 1 m beneden maaiveld. De bodem zal tot in het archeologisch niveau worden verstoord. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij verloren gaan.
Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen herinrichting van het plangebied zoals omschreven in de vergunningsaanvraag nader archeologisch onderzoek geadviseerd.
Er worden naar verwachting archeologische indicatoren aangetroffen in het plangebied uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Er wordt een verkennend vooronderzoek geadviseerd om de bodemopbouw in kaart te brengen en daarmee het verwachtingsmodel te toetsen. Daarnaast zal de bodem worden onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren.
Op basis van het verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek wordt aan de hand van de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van tenminste 10 boringen per hectare aanbevolen. Hiermee is het onderzoek verkennend voor vuursteenvindplaatsen uit de steentijd en karterend voor nederzettingsresten uit de latere perioden. Aangezien het plangebied circa 0,6 ha groot is, zullen in totaal 6 boringen worden gezet. Voor aanvang van het booronderzoek moet er een goedgekeurd Plan van Aanpak zijn. Daarnaast moet rekening worden gehouden met verharde grond wat zich mogelijk in het plangebied bevindt. Om de boringen bij verharde grond te kunnen zetten zal één boor raai van noord naar zuid een oplossing kunnen bieden.
Er wordt geadviseerd te boren met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen worden uitgevoerd tot minimaal in de C-horizont. Het opgeboorde sediment zal worden gezeefd over een zeef met maaswijdte van 4 mm of zal worden verbrokkeld en versneden en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De boringen worden lithologisch beschreven conform de NEN 5105 en bodemkundig geïnspecteerd.
Voorafgaande aan het booronderzoek zal een Plan van Aanpak worden opgesteld en opgestuurd. Deze zal worden getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Hoeksche Waard) voor de aanvang van het veldwerk.