Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (18124.002) Adelaarslaan 24 te Apeldoorn

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een middelhoge verwachting voor de perioden Laat-Paleolithicum t/m Laat-Neolithicum en Middeleeuwen, een hoge verwachting voor de perioden Bronstijd t/m Romeinse tijd en een lage verwachting voor de periode Nieuwe tijd. Het plangebied ligt namelijk op een relatief hooggelegen en van west naar oost (flauw) hellende daluitspoelingswaaier. Een dergelijke overgangszone vormde in principe een gunstige ligging voor tijdelijke bewoning door Jagers-Verzamelaars. Voor Landbouwers had het plangebied ook een gunstige ligging, waarbij de mineralogisch rijkere bodems op de hellingafspoelingen/daluitspoelingswaaiers geschikt waren voor het verbouwen van gewassen. Reeds uitgevoerde archeologische onderzoeken in de directe omgeving hebben tot op heden geen vindplaatsen opgeleverd van Jagers-Verzamelaars/Vroege-Landbouwers. Wel zijn binnen een vergelijkbare landschappelijke context Bronstijd/IJzertijd-nederzettingen aangetroffen circa 600 meter ten zuidoosten van het plangebied. Gedurende de Nieuwe tijd en waarschijnlijk ook al tijdens de Late-Middeleeuwen behoort het plangebied tot de Wormense Enk (oud-bouwlandcomplex), waar vermoedelijk al eeuwenlang potstalbemesting heeft plaatsgevonden. Er zijn tot op heden echter geen archeologische resten uit de Middeleeuwen bekend in de directe omgeving van het plangebied. Vanuit historisch kaartmateriaal zijn er verder geen aanwijzingen dat binnen het plangebied een historische (Nieuwe tijd) huisplaats heeft gelegen. Vanaf begin jaren ’20 van de 20e eeuw hebben binnen het plangebied diverse bouwwerkzaamheden plaatsgevonden, waarbij het voor een groot deel in gebruik is genomen als bedrijfsterrein.

Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) bevestigen de aanwezigheid van een plaggendek/oud-bouwlanddek en dat er over het algemeen sprake is van een merendeels intacte bodemopbouw. Het oorspronkelijke moedermateriaal betreft daluitspoelingswaaierafzettingen. In de top van deze afzettingen heeft zich van nature een holtpodzolbodem/bruine bosgrond gevormd. Hierop is een plaggendek opgebracht, in overeenstemming met het historisch gebruik van het plangebied, waarbij het binnen de begrenzing van het oude bouwlandcomplex van de Wormense Enk. Een tussengelegen laag betreft mogelijk een oude/fossiele akkerlaag, uit de tijd voordat actief plaggenbemesting plaatsvond. De oorspronkelijke minerale bovenlaag (A-horizont) en een gedeelte van de Bws-horizont van de holtpodzolbodem/bruine bosgrond zal waarschijnlijk door agrarische bewerking/verploeging zijn opgenomen in de oude/fossiele akkerlaag.

Alleen in het zuidelijke deel van het plangebied lijkt sprake te zijn van een recent geroerd/verstoord humeus pakket grond, maar hieronder is nog wel een intact restant van de van nature gevormde holtpodzolbodem/bruine bosgrond aanwezig. Duidelijk is dat het archeologisch potentiële sporenniveau nog merendeels intact aanwezig is. Archeologische sporen, indien aanwezig, zullen meest zichtbaar zijn in de BC- en op de overgang naar de C-horizont, op een diepte van 90-120 cm -mv.

Op basis van de aangetroffen bodemopbouw is het aannemelijk dat ook binnen het bebouwde oppervlak van het plangebied (bestaande bedrijfspand) onder de ondergrondse delen ook nog een deels intact bodemprofiel aanwezig is. Voor de aanleg van de bakstenen fundering en deels een staalfundering tot circa 90/100 cm -mv, zullen verstoringen reiken tot aan dan wel net in de Bws-horizont van het van het holtpodzolprofiel. Het archeologisch potentiële sporenniveau is mogelijk hier nog merendeels intact aanwezig.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat, vanwege de merendeels intacte oorspronkelijke bodemopbouw (archeologisch potentiële sporenniveau binnen in ieder geval de onbebouwde delen van het plangebied nog (merendeels) intact), het plangebied zijn middelhoge tot hoge verwachting behoudt op het voorkomen van archeologische resten en/of sporen vanaf het begin van het Laat-Paleolithicum.

Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Er is namelijk sprake van een merendeels intacte bodemopbouw. Geadviseerd wordt het vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek gericht op de locatie van waar de nieuwbouw zal gaan plaatsvinden en nadat op ordentelijke wijze de ondergrondse delen (rechtstandig verwijderen van funderingen) van het bestaande bedrijfspand zijn verwijderd. Wanneer er behoudenswaardige archeologie wordt aangetroffen, kan gekozen worden een doorstart te maken naar een definitieve opgraving (DO). Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid (gemeente Apeldoorn) goedgekeurd Programma van Eisen (PvE) te zijn opgesteld, waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen.

Behoud van eventueel aanwezige archeologische waarden is alleen mogelijk als er archeologie-vriendelijk gebouwd wordt door niet dieper te ontgraven dan 60 cm onder het huidige maaiveld (bijvoorbeeld door het plangebied op te hogen waar de nieuwbouwwoning zal worden gerealiseerd). In de praktijk zal dit lastig uitvoerbaar zijn, gezien de wens het appartementencomplex geheel onderkelderd zal worden (aanleg van een parkeerkelder).

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/KLKWEP
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/KLKWEP
Provenance
Creator Broeke, E.M. ten
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Broeke, E.M. ten; Econsultancy
Publication Year 2022
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Broeke, E.M. ten (Econsultancy)
Representation
Resource Type Archeologisch prospectief ondrzoek; Dataset
Format application/pdf
Size 18411833
Version 1.0
Discipline Humanities
Spatial Coverage Doetinchem