Tijdens het verkennende booronderzoek zijn drie niveau’s oeverafzettingen aangetroffen, waarbij het bovenste pakket oeverafzettingen, van de Lek, direct aan het maaiveld ligt. Onder de oeverafzettingen van de Lek zijn twee oudere pakketten oeverafzettingen aangetroffen. Het is niet bekend tot welke stroomgordel deze afzettingen behoren. In drie boringen zijn laklaagjes aangetroffen aan de top van deze oeverafzettingen. De laklaagjes duiden op een stilstandfase in de sedimentatie.Dit betekent dat ter plaatse van de laklaagjes bewoning mogelijk is geweest. Ter plaatse van de laklagen blijft de hoge tot middelhoge archeologische trefkans van kracht. Er is geen restgeul op de onderzoekslocatie aangetroffen.Omdat in een aantal boringen laklaagjes zijn aangetroffen en de verstoringsdiepte nog niet bekend is, zijn er meerdere vervolgstappen mogelijk. Wanneer de bodem in het noorden van de locatie, ter plaatse van de diepe laklagen (ca. 2200 m2), dieper dan ca. 180 cm –mv verstoord wordt, wordt hier een vervolgonderzoek aanbevolen in de vorm van een karterend booronderzoek (afb. 11). Dit karterende booronderzoek heeft als doel om vast te stellen of er sprake is van een vindplaats.Wanneer in het zuidwesten van de onderzoekslocatie, ter plaatse van de ondiepe laklaag (ca. 1100 m2), de bodem dieper dan ca. 70 cm –mv verstoord wordt, wordt ook hier een karterend booronderzoek aanbevolen. Wanneer de bodem op de onderzoekslocatie echter niet dieper dan de genoemde dieptes verstoord wordt, hetzij doordat er geen kelders komen, hetzij doordat er gekozen wordt voor een fundering die minder diep komt, dan is er geen vervolgonderzoek noodzakelijk.
Date Submitted: 2013-02-07
Issued: 2012-03-20