Op 14 november 2012 heeft in een plangebied aan de Tjassenswijk te Gieterveen, gemeente Aa en Hunze, provincie Drenthe, een inventariserend archeologisch veldonderzoek plaatsgevonden (zie Figuur 1). De aanleiding voor het onderzoek is de toekomstige bouw van een rijhal met kantine en de aanleg van een buitenbak. Doel van het onderzoek is vast te stellen of er in het plangebied archeologische waarden aanwezig zijn die door deze bodemingrepen bedreigd worden.Het onderzoek bestaat uit een bureau- en een veldonderzoek. Bij het bureauonderzoek zijn bronnen geraadpleegd op het gebied van fysische geografie, archeologie en historische geografie. Tijdens het veldonderzoek zijn negen boringen geplaatst om archeologische indicatoren op te sporen en om de gaafheid van de bodem te bepalen.Het plangebied bevindt zich ten oosten van de Hondsrug en een beekdal, op de overgang naar het veengebied. De bodem bestaat uit een veldpodzolgrond. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied binnen een perceel ligt waar tijdens een veldkartering in 1992 bewerkt vuursteen uit de periode laat paleolithicum/mesolithicum is gevonden. Uit de publicatie hierover blijkt dat dit materiaal gevonden is op een vrij lage zandkop in het westen van het perceel en niet op de locatie van het plangebied. Ten noorden van de weg Tjassenswijk is ook een vuursteenvindplaats bekend uit dezelfde periode, eveneens op een zandkop.In het ongeveer 0,45 hectare grote plangebied zijn negen boringen geplaatst. Tijdens het veldonderzoek is gebleken dat de bodem binnen het plangebied grotendeels niet meer intact is. In het zuidoosten begint een zandkop die naar het zuiden toe doorloopt. Hier is de grond afgeschoven, zodat de C-horizont zich direct onder de bouwvoor bevindt. De flank van deze zandkop laat een zwak ontwikkelde podzolbodem zien, hetgeen duidt op natte omstandigheden in het verleden. Op het overige deel van het terrein is de bodem tot in de C-horizont verstoord. In het recente verleden is grond opgebracht afkomstig van een paardenbak ten zuiden van huisnummer 2. Tijdens het onderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Sporen of vondsten uit het laat-paleolithicum en mesolithicum zijn niet uit te sluiten, maar hier zijn geen bewijzen van gevonden. De bodem is niet meer intact. Wij adviseren geen nader archeologisch onderzoek.
2012-11/07Z