Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen GNIPA 1514, modificatie 7, 9, 12 en 13, gemeente Staphorst

DOI

Uit het bureauonderzoek volgt dat langs de Rechterensweg (modificatie 7 en 9) rekening moet worden gehouden met een bewoningslint (nieuwe tijd). Ook kunnen er sporen van extensief gebruik uit de middeleeuwse ontginningsfase voorkomen. Langs de deels afgedekte rivierduin aan de Staphorster Grote Stouwe ligt eveneens een oud bewoningslint (modificatie 12). Het noordelijk deel van modificatie 12 en het zuidelijk deel van modificatie 13 ligt op een hoger gelegen rivierduin waarop ook het dorp Haminge is gevestigd en waarop in principe gunstige bewoningsomstandigheden kunnen hebben bestaan vanaf de late middeleeuwen. Op de beleidsadvieskaart geldt voor deze rivierduin een hoge verwachting voor de periode neolithicum tot en met de nieuwe tijd. De uiterwaarden (overig deel modificatie 13) zullen extensief in gebruik zijn geweest of kleinschalig ontgonnen en vervolgens ingedijkt. Modificatie 13 doorsnijdt, voor zover kan worden afgeleid uit historische kaarten, geen oude armen van de Meppeler Diep.Modificatie 7: In het bureauonderzoek werd uitgegaan van een veenbodem. Dit blijkt ook uit de boringen. Ook werd uitgegaan van mogelijke (extensieve) bewoningsresten uit de middeleeuwen of nieuwe tijd; hiervan zijn in de boringen geen aanwijzingen aangetroffen.Modificatie 9: In het bureauonderzoek werd uitgegaan van een veenbodem en werd vermoed dat de noordelijke drie boringen op een opgehoogd terrein lagen (circa 0,3 m). Dit blijkt ook uit de boringen. Ook werd uitgegaan van mogelijke bewoningsresten uit de middeleeuwen of nieuwe tijd; hiervan zijn in de boringen geen aanwijzingen aangetroffen.Modificatie 12: In het bureauonderzoek werd in het noorden van dit plandeel een mogelijke lage rivierduin verwacht en een oud bewoningslint. Van bewoning uit de nieuwe tijd zijn geen tijdens het booronderzoek aanwijzingen gevonden. Ten zuiden van de Staphorster Grote Stouwe is een zandige, opgebrachte bouwvoor aanwezig op een verstoorde veenlaag. Daaronder bevindt zich het pleistocene zand, waarin restanten van een oorspronkelijke podzol zijn aangetroffen (BC-horizont). Ten noorden van de Staphorster Grote Stouwe ligt het pleistoceen zand (rivierduin) aanzienlijk hoger in het profiel en is deze direct onder de bouwvoor aanwezig, maar hier is geen sprake meer van een intact podzolprofiel (direct C-horizont). De top van de rivierduin ligt op ongeveer 0,2 m –NAP.Modificatie 13: In het bureauonderzoek werd uitgegaan van de aanwezigheid van een rivierduin. Alleen in de meest zuidelijke boring (13-12) is vermoedelijk een lage rivierduin aangetroffen die in de prehistorie niet bewoonbaar zal zijn geweest en is bedekt door een dikke veenlaag. In het zand is geen podzolbodem ontwikkeld/aangetroffen. De top van het pleistoceen zand vertoont in de overige boringen een gering reliëf (tussen 1,60 en 1,85 m –mv) zonder aanwijzingen voor rivierduinen.Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd om het plangebied (modificaties 7, 9, 12 en 13) voor wat betreft archeologie vrij te geven ten gunste van de voorgenomen ontwikkeling.

Antea Group Archeologie 2016/100

Issued: 2016-10-03

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-X2D-SFQW
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-X2D-SFQW
Provenance
Creator R.L. Fens; P.C. Teekens
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor RL Fens; Antea Group
Publication Year 2017
Rights CC-BY-ND-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by-nd/4.0
OpenAccess true
Contact RL Fens (Antea Group)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/xml
Size 30980416; 10187; 9654; 1082; 6871
Version 1.0
Discipline Humanities