In opdracht van BügelHajema Adviseurs is door De Steekproef bv een terrein onderzocht aan De Kamp 10 te Britsum. Het onderzoek was gericht op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. De ingreep die is voorzien betreft de bouw van twee woningen. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een veldonderzoek door middel van boringen.In het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel is uitgegaan van een lage kans op resten uit de periode steentijd tot en met de bronstijd en een hoge kans op resten uit de periode ijzertijd tot de nieuwe tijd in verband met de ligging binnen monument 15141 dat de dorpsterp van Britsum betreft.Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de bodem in het plangebied gekenmerkt wordt door wadafzettingen. Deze liggen op het hele oostelijk deel van het plangebied direct onder een pakket vergraven/ opgebrachte bovengrond. De voorgenomen bouw van twee woningen op dit deel van het plangebied zal naar verwachting dan ook niet tot aantasting van archeologische waarden leiden. Voor dit deel van het plangebied wordt daarom geen archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd. Evenmin zijn hier archeologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere planvorming rekening zou moeten worden gehouden.In de op het westelijke deel van het plangebied gezette boringen 1 en 4 is echter een pakket kleiig veen waargenomen dat het restant lijkt te vormen van samengedrukte kwelderplaggen. Hier direct bovenop is in boring 4 een laagje gebakken klei aangetroffen. De kans is derhalve groot dat hier resten aanwezig zijn die samenhangen met de terp. Het kan hier zowel gaan om resten van de terpvoet van de dorpsterp van Britsum als om resten van de huisterp die op de kaart uit de atlas van Eekhoff uit omstreeks 1855 lijkt te zijn afgebeeld.Op basis van de aangetroffen verschijnselen is het vooralsnog in onvoldoende mate mogelijk om een vindplaatsbeoordeling uit te voeren aan de hand van de waarderingstabel uit de KNA 3.2 (VS06). Hiervoor is een proefsleuvenonderzoek nodig. Een dergelijk onderzoek dient te worden uitgevoerd door een daartoe gecertificeerd bedrijf volgens een speciaal daartoe op te stellen Programma van Eisen (PvE). Een dergelijk onderzoek is echter pas noodzakelijk indien op een bepaalde zone in het westelijke deel van het plangebied graafwerkzaamheden worden uitgevoerd die dieper reiken dan een halve meter beneden maaiveld.
Issued: 2011-10-10