De aanleiding van dit onderzoek is de aanleg van het ‘Gaiapark’ door de gemeente Kerkrade. Het ‘Gaiapark’ wordt aangelegd op de westelijk helling van de Anselderbeek en is gelegen tussen de Kerkradersteenweg, de Brughofweg en de Dentgenbachweg. Het onderzoek heeft betrekking op het zuidelijke deel van het park, dat is gelegen langs de Kerkradersteenweg.Deelgebied 1 ligt bovenaan de helling en heeft een zeer hoge archeologische verwachting. Deelgebied 2 ligt aan de voet van de helling, in het beekdal, en is niet gewaardeerd. Net ten noorden van het onderzoeksgebied zijn diverse vondsten bekend en er ligt een archeologisch monument, vermoedelijk een Romeinse villa. Ook ten zuidwesten van het onderzoeksgebied ligt een Romeinse villa, aan de Kirchelbergstraat. Uit deelgebied 1 komt een metalen sculptuur (post-Romeins; Archis nr. 232211). De helling waar het onderzoeksterrein deel van uitmaakt, bezit enkele natuurlijke bronnen. In de Romeinse Tijd hebben water en bronnen een religieuze betekenis. Ook wordt vermoed dat de Kaalheidersteenweg een oude Romeinse weg is. Deze weg gaat over in de Kerkradersteenweg, de zuidgrens van het onderzoeksgebied. Het gebied is niet verstoord door de aanleg van de sportvelden en in het oostelijke deel is mogelijk colluvium1 gevormd, dat vindplaatsen kan afdekken.De gemeentelijk assistent archivaris, mw. drs. D. Habets, is daarom van mening dat in deelgebied 1 geen werkzaamheden mogen plaatsvinden die de daar aanwezige archeologische waarden beschadigen. Er dient in ieder geval een vooronderzoek plaats te vinden waarin de archeologische waarden op het terrein gekarteerd en gewaardeerd moeten worden. Ook voor deelgebied 2 adviseert zij dat vooronderzoek een welkome aanvulling is op het archeologische databestand van de gemeente Kerkrade.Voor de gemeente Kerkrade was dit aanleiding om Archaeological Research &Consultancy (ARC bv) opdracht te geven een archeologisch iventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van een bureauonderzoek en boringen uit te voeren. Het booronderzoek vond plaats van 25 februari tot 5 maart 2003.Conclusie en aanbeveling:In deelgebied 1 zijn in de boringen geen archeologica aangetroffen die ouder zijn dan 19e-eeuws. Aan de zuidgrens (boorpunten 5, 6 en 21) is een compacte laag grind met leem aangetroffen. Het betreft een restant van een Maasterras. De aanwezigheid van een beekloop onder een pakket loss aan de noordwestkant van het onderzoeksgebied en het tracee van een holle weg, die in 1937 nog aanwezig was en zich nu onder het hoogste deel van de akker bevindt, zijn aanwijzingen dat dit deel van het onderzoeksterrein is verstoord. Aan de oostgrens van dit deelgebied stond in 1937 een gebouw. Hierdoor is de bovengrond langs het fietspad dat het deelgebied doorsnijdt verstoord.In deelgebied 2 is de bodemopbouw natuurlijker dan in deelgebied 1. Grindbandjes en andere vondsten die een aanwijzing kunnen zijn voor de aanwezigheid van colluvium, zijn niet aangetroffen. Archeologische sporen zijn hier evenmin aangetroffen.De hoge archeologische verwachting voor deelgebied 1 kan naar beneden worden bijgesteld. In het noordelijke deel van dit gebied hebben bodemverstorende activiteiten plaatsgevonden. In het oostelijke deel heeft een gebouw gestaan. De bodemopbouw in deelgebied 2 lijkt ongestoord. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor archeologische resten. Gelet op de rijkdom aan archeologische resten in de nabije omgeving is het wenselijk dit deel toch te waarderen met een lage trefkans.
Date: 2002