Onderzoeksgebied WAM Sterke Lekdijk te Wijk bij Duurstede en Amerongen, gemeenten Wijk bij Duurstede en Utrechtse Heuvelrug; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (aanvullend verkennend- en karterend booronderzoek) Onderzoeksgebied WAM Sterke Lekdijk te Wijk bij Duurstede en Amerongen, gemeenten Wijk bij Duurstede en Utrechtse Heuvelrug; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (aanvullend verkennend- en karterend booronderzoek)

DOI

In opdracht van Arcadis Nederland B.V. heeft RAAP in de periode januari-juni 2023 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (aanvullend verkennend- en karterend booronderzoek) uitgevoerd voor het onderzoeksgebied WAM Sterke Lekdijk te Wijk bij Duurstede en Amerongen in de gemeenten Wijk bij Duurstede en Utrechtse Heuvelrug. Het onderzoek vond plaats in het kader van een Milieueffectrapportage en de voorgenomen dijkversterking. De begrenzing van het onderzoeksgebied voor deze fase van onderzoek is gebaseerd op de begrenzing van de voorziene werkzaamheden in het ontwerp dat op 06-12-2022 door Arcadis is aangeleverd. Op basis van de ligging van de in deze fase van onderzoek onderzochte zones, hun archeologische verwachting en de resultaten van het veldonderzoek zijn zes deelgebieden gedefinieerd. Deelgebieden 1, 2 en 3 liggen in de gemeente Wijk bij Duurstede en deelgebieden 4, 5 en 6 in de gemeente Utrechtse Heuvelrug.Op basis van de resultaten van het booronderzoek kunnen de volgende uitspraken over het huidige onderzoeksgebied worden gedaan en wordt het volgende geadviseerd (zie paragraaf 5.1 voor een verbeelding in verwachtings- en advieskaarten, inclusief een verbeelding van de advieszones voor gravend vervolgonderzoek op basis van de eerste fase van verkennend booronderzoek; Peeters, 2022a): Deelgebied 1: Kanaaldijk (N229) te Wijk bij Duurstede Ten zuiden van Sportpark Mariënhove (boringen 251-252) worden vanaf 110 cm -mv/5,45 m +NAP mogelijk archeologische resten uit de late middeleeuwen-nieuwe tijd (en mogelijk specifiek de nieuwe tijd A-B) bedreigd door de voorgenomen bodemingrepen. Bij bodemingrepen dieper dan de genoemde dieptes wordt de uitvoer van een proefsleuvenonderzoek geadviseerd. Voor het overige deel van deelgebied 1 wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd, aangezien voor de meeste gebieden de archeologische verwachting naar ‘laag’ kon worden bijgesteld. Voor een enkele zone blijft wel een middelhoge verwachting bestaan (vanaf circa 310 cm -mv/1,5 m +NAP). Aangezien de bodemingrepen op deze locatie op deze diepte uitsluitend bestaan uit het plaatsen van een damwand, die vermoedelijk tot weinig informatieverlies leidt (indien al sprake is van de aanwezigheid van een vindplaats), wordt echter geen vervolgonderzoek voor deze zone geadviseerd.Deelgebied 2: Lunenburgerwaard te Wijk bij Duurstede Voor drie in dit buitendijks gelegen gebied gelegen zones wordt de uitvoer van een proefsleuvenonderzoek geadviseerd bij bodemingrepen dieper dan 40 cm -mv. In twee van deze zones worden restanten van de voorganger van de huidige Lekdijk verwacht en eventueel bebouwingsresten uit de late middeleeuwen-nieuwe tijd. In de andere zone mogelijk een vindplaats uit de periode ijzertijdvroege middeleeuwen. Voor de andere met karterende boringen onderzochte gebieden bestaat na afloop van dit onderzoek een lage verwachting voor bewoningsresten en wordt geen vervolg geadviseerd. Er wordt ook geen vervolg geadviseerd voor een omvangrijk gebied waar wel ontkalkte oevers/laklagen aanwezig zijn, maar waar geen karterende boringen zijn uitgevoerd (en dus een middelhoge verwachting blijft bestaan), omdat bodemingrepen in het kader van de dijkversterking niet tot in deze niveaus zullen reiken op basis van door de opdrachtgever verstrekte informatie.Deelgebied 3: Binnendijks gelegen boringen te Wijk bij Duurstede Voor vier gebieden wordt vervolgonderzoek geadviseerd, op basis van een resterende middelhogehoge verwachting voor de periode late middeleeuwen-nieuwe tijd. Voor de zone tussen boring 1028 en 1035 wordt de uitvoer van een archeologisch proefsleuvenonderzoek geadviseerd bij bodemingrepen dieper dan 50 cm -mv/4,75 m +NAP. Dit adviesgebied vormt een uitbreiding van het gebied waarvoor dergelijk onderzoek reeds is geadviseerd en door het bevoegde gezag is overgenomen (Peeters, 2022a). Voor het gebied waar boringen 325 en 326 zijn uitgevoerd (Rijndijk 6), wordt ook een proefsleuvenonderzoek geadviseerd bij ingrepen dieper dan 110 cm -mv/4,85 m +NAP. Voor de locaties waar boringen 256 (nabij de Molenpoort) en 265-266 zijn uitgevoerd (versterkt huis Rijningen, terrein van archeologische waarde) wordt de uitvoer van een archeologische begeleiding van de civieltechnische ontgravingen geadviseerd, vanwege de praktische belemmeringen voor de uitvoer van een conventioneel proefsleuvenonderzoek. Bij ontgravingen ondieper dan 145 cm -mv/7,3 m +NAP (boring 256) en 175 cm -mv/5,05 m +NAP (boringen 265 en 266) wordt dergelijk onderzoek op deze twee locaties niet nodig geacht.Deelgebied 4: Amerongen binnendijks, westelijk deel (Utrechtse Heuvelrug) In een klein deel van dit deelgebied is een pleistocene opduiking aanwezig, waar in twee boringen die ten noorden van Lekdijk 7-7a zijn uitgevoerd, houtskool is aangetroffen. Indien ter plaatse van deze opduiking (boringen 1216-1220), bodemingrepen dieper dan 45 cm -mv/3,75 m +NAP plaatsvinden in het kader van de te verbreden sloot, wordt archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd. Aangezien de exacte diepte en aard van de bodemingrepen nog niet bekend is en er mogelijk praktische belemmeringen zijn bij het vervolgonderzoek (zeer hoge grondwaterstand en onderzoek in slootkant), wordt dit vervolgonderzoek niet nader gespecificeerd dan de uitvoer van een proefsleuvenonderzoek of archeologische begeleiding van de voorgenomen graafwerkzaamheden. Zuidelijker, zijn er bij boringen 1211-1213, naast het hier opgeslagen materieel, minder belemmeringen voor de ui tvoer van een proefsleuvenonderzoek in het gebied met een middelhoge-hoge verwachting voor de Romeinse tijdvroege middeleeuwen. Deze verwachting komt tot stand op basis van de hier aangetroffen archeologische indicatoren. Voor deze zone wordt dan ook specifiek de uitvoer van een proefsleuvenonderzoek geadviseerd.In het overige deel van deelgebied 4 wordt geen archeologisch onderzoek noodzakelijk geacht, op basis van de resultaten van dit onderzoek, in combinatie met de voorgenomen ingrepen. Indien ter hoogte van boringen 1178-1185 echter wel bodemingrepen dieper dan 130 cm -mv/2,8 m +NAP zouden plaatsvinden (tot in het tweede pakket oeverafzettingen, waarvoor een middelhoge verwachting blijft bestaan), dan wordt voor deze zone ook vervolgonderzoek geadviseerd (karterend booronderzoek, eventueel gevolgd door een proefsleuvenonderzoek).Deelgebied 5: Hank/Kolland te Amerongen (Utrechtse Heuvelrug) Voor de zones rond boringen 1149 en 1159 blijft een middelhoge verwachting voor de periode ijzertijdvroege middeleeuwen bestaan voor de hier aanwezige oeverafzettingen, waarin houtskoolfragmenten zijn aangetroffen (vanaf 290-315 cm -mv/vanaf 2,58-2,94 m +NAP). Aangezien na afloop van het veldonderzoek is gebleken dat in deelgebied 5 in het geheel geen bodemingrepen zullen plaatsvi nden (op basis van een wijziging in het detailontwerp), wordt voor deze zones, alsmede de rest van dit deelgebied, geen vervolgonderzoek aanbevolen in het kader van de huidige plannen. Mochten op deze locaties in het kader van de dijkversterking toch bodemingrepen plaatsvinden dieper dan 275 cm - mv/2,35 m +NAP, dan wordt de uitvoer van een archeologische begeleiding van de civieltechnische ontgravingen aangeraden. Dit advies komt tot stand op basis van de ligging van deze zones, direct naast een waterpartij met een zeer steile slootkant, waardoor de uitvoer van een conventioneel proefsleuvenonderzoek praktisch onmogelijk zal zijn.Deelgebied 6: Amerongen binnendijks, oostelijk deel (Utrechtse Heuvelrug) Voor het uiterste oosten van het plangebied (boringen 393-395) wordt de uitvoer van een proefsleuvenonderzoek geadviseerd, op basis van de ‘brede’ hoge verwachting vanaf de steentijd tot in de nieuwe tijd, indien bodemingrepen hier dieper dan 30 cm -mv plaatsvinden. Nabij de voet van de Utrechtse Heuvelrug is hier een esdek aanwezig (Aa-horizont), waaronder ook sporen en resten ouder dan de middeleeuwen intact aanwezig kunnen zijn. Voor het ten westen hiervan gelegen gebied is hetzelfde type onderzoek geadviseerd en door de bevoegde overheid overgenomen (Peeters, 2022a), op basis van vergelijkbare resultaten (hoewel het dekzand hier dieper wegduikt en er sprake is van een “gewone” A-horizont, zonder esdek). De meest concrete aanwijzingen voor activiteit betreffen scherven aardewerk uit de middeleeuwen, maar in de omgeving is op dergelijke locaties bijvoorbeeld ook ijzertijdaardewerk gevonden of kunnen steentijdvindplaatsen aanwezig zijn. Daarnaast kunnen eventueel resten, zoals begravingen, uit de periode van de Slag bij Amerongen (1585) in deze zone aanwezig zijn. Om de verwachting voor steentijdvindplaatsen te toetsen (deze zijn vaak klein, vondstarm, worden niet gekenmerkt door veel grondsporen en slechts door een relatief oppervlakkige spreiding van vuursteen), kan worden overwogen om in de proefsleuf (afhankelijk van de lengte) iedere 4 à 8 m in het centrum van de proefsleuf een zeefvakje aan te leggen ter opsporing van vuursteenvindplaatsen.Voor het overige deel van deelgebied 6 wordt geen archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd, op basis van de aangetroffen bodemopbouw en de lage archeologische verwachting die voor deze gebieden is gedefinieerd.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/BIBHVZ
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/BIBHVZ
Provenance
Creator D. Peeters,
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Functioneel Applicatiebeheer GBO
Publication Year 2025
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Functioneel Applicatiebeheer GBO (BIJ12)
Representation
Resource Type Dataset
Format image/jpeg; text/xml; application/pdf; application/gml+xml; application/octet-stream; application/zip; text/plain
Size 6806952; 5578623; 7181506; 8469359; 3860387; 335229; 9182; 3311; 2406; 11217; 8163322; 131770; 5129953; 56164; 95459; 109156; 3281723; 167111; 23676; 10121; 4409; 289590; 3882; 16635; 7635; 6077; 359955; 1125670; 16402803; 4277305; 4092276; 5732007; 7186608; 31431; 36884; 10070; 306623; 67081; 270027
Version 1.0
Discipline Humanities