In opdracht van Alséén, namens Rijkswaterstaat, heeft RAAP in januari – april 2024 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend en karterend booronderzoek) uitgevoerd voor deelgebied 17 en 18 binnen het plangebied A27 Houten – Hooipolder.Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning voor de aanleg van een poort (poort 42) en een depotterrein.Binnen de advieszones 17 en 18 is een gestapeld landschap aanwezig. Aan de basis ligt een pleistoceen dekzandlandschap. Binnen deelgebied 18 is een dekzandopduiking aanwezig. Op het pleistocene landschap ligt een rivierenlandschap. Binnen deelgebied 18 loopt de Dussen stroomgordel, aan de noord- en zuidzijde geflankeerd door komgebieden. Het rivierenlandschap is afgedekt door een pakket dijkdoorbraakafzettingen. Onderstaande archeologische verwachting voor deze landschapsvormen is gebaseerd op het bureauonderzoek (Flow27 - Antea Group, 2015), aangevuld met de onderzoeksresultaten van het eerder uitgevoerde verkennend booronderzoek (Coppens en Goossens, 2021).Pleistoceen dekzand Op het pleistocene dekzand kunnen bewoningssporen uit het paleolithicum tot de nieuwe tijd worden verwacht, afhankelijk van de diepteligging van het dekzand. In het rivierengebied werd het pleistocene zand al snel te nat voor bewoning en afgedekt door holocene sedimenten en worden voornamelijk sporen uit het paleolithicum tot mesolithicum verwacht. Door de diepe ligging is de kans op het aantreffen van archeologische waarden meestal laag. In deelgebied 18 is sprake van een dekzandopduiking, waarop archeologische resten uit de periode paleolithicum tot en met neolithicum verwacht kunnen worden.Stroomgordels en crevasses Nagenoeg alle stroomgordels hebben een middelhoge tot hoge verwachting voor het aantreffen van archeologische bewoningssporen. Afhankelijk van de ouderdom van de stroomgordel kunnen sporen van bewoning vanaf het neolithicum tot en met de nieuwe tijd aangetroffen worden. De oudste bewoningssporen liggen op de dieper gelegen stroomgordels, naarmate de stroomgordels hoger liggen worden archeologische sporen uit jongere periodes verwacht. De oeverwallen van de rivieren vormde door hun relatief hoge ligging ten opzichte van de lager gelegen kommen gewilde bewoningslocaties en waren zeer geschikt voor landbouw, daarnaast vormden zij vaak belangrijke routes door de nattere komgebieden. Crevasses hebben over het algemeen net als de stroomgordels een relatief hoge ligging, maar ze zijn kleiner dan de stroomgordels. Daarom worden er met name kleinschaligere vondslocaties op verwacht. Advieszone 18 ligt op de Dussen stroomgordel. Tijdens het verkennend booronderzoek zijn hier intacte, gerijpte oeverafzettingen van deze stroomgordel aangetroffen. Op deze stroomgordel kunnen archeologische resten uit de periode bronstijd tot en met de Romeinse tijd verwacht worden.Komgebieden De komgebieden zijn over het algemeen minder geschikt geweest voor bewoning doordat deze lager gelegen zijn en hier nattere condities heersten. De kans op het aantreffen van archeologische vondsten is daardoor laag, echter kan nooit worden uitgesloten dat zich archeologische waarden in komgebieden bevinden. In de kommen kunnen onder meer knuppelpaden en vondsten gerelateerd aan jacht en rituele depositie worden aangetroffen. Op grond van de ligging van deelgebied 17 op het AHN ligt deze advieszone naar verwachting in een komgebied. Mogelijk is er wel een crevasse van de Dussen stroomgordel aanwezig. Daarnaast kan er ook nog een dekzandopduiking in de ondergrond aanwezig zijn.In de dijkdoorbraakafzettingen worden geen archeologische resten verwacht. Op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek dat is uitgevoerd in advieszone HOOH-17 wordt geconcludeerd dat dit deelgebied in een komgebied ligt. In het zuidelijke deel van deze advieszone is een crevasse van de Dussen stroomgordel aangetroffen. Deze crevasse is ook te zien op het Actueel Hoogtebestand Nederland. De afzettingen van deze crevasse zijn niet gerijpt en er is geen archeologische laag in aangetroffen. Op grond van deze resultaten wordt er geen archeologische vindplaats in dit deelgebied verwacht.In het noordelijke deel van advieszone 17 is aan de basis van een aantal boringen nog net het dekzand aangeboord. Dit betreft een laag gelegen deel van de dekzandopduiking, die binnen advieszone 18 aan een karterend onderzoek is onderworpen. Gezien de zeer weinige (mogelijke) indicatoren die daar zijn aangetroffen, plus het gegeven dat het dekzand in deelgebied 17 nog lager ligt , wordt aan het dekzand in advieszone 17 een lage archeologische verwachting toegekend.De resultaten van het karterend booronderzoek dat is uitgevoerd in advieszone HOOH-18, hebben de specifieke verwachting die was verkregen tijdens het verkennend booronderzoek (Coppens & Goossens, 2019) bevestigd.Tijdens het karterend booronderzoek in advieszone HOOH-18 zijn in meerdere boringen archeologische indicatoren aangetroffen, te weten aardewerk uit , in ieder geval, de periode 900 – 1350 AD en houtskool (figuur 10). De indicatoren zijn over de hele advieszone verspreid aanwezig, maar er lijkt wel sprake te zijn van een concentratie in een zone vanaf hectometerpaal 24.4 tot iets ten noorden van hectometerpaal 24.5. Er wordt van uitgegaan dat hier een vindplaats aanwezig is uit de volle middeleeuwen. Het is echter niet gezegd dat de vindplaats zich beperkt tot deze zone. Mogelijk strekt hij zich uit over de volle breedte van de Dussen stroomgordel (met name gezien het fragment aardwerk in boring 39 op het noordelijk deel van deze stroomgordel).Op basis van de resultaten van het karterend booronderzoek dat in advieszone 18 is uitgevoerd, blijkt dat hier archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Daarom wordt geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen. Indien planaanpassing niet mogelijk is wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming de onderstaande vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentzorg (AMZ) te nemen. Er wordt geadviseerd om een waarderend onderzoek door middel van het graven van proefsleuven uit te voeren.Op basis van de resultaten het verkennend booronderzoek dat nu in advieszone 17 is uitgevoerd, blijkt dat hier geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht.