BAAC heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd in opdracht van Bosgroep Zuid Nederland voor het plangebied Keelvennen te Someren. In het plangebied vindt hydrologisch herstel plaats waarbij sloten worden gedempt/ontdiept met grond die langs de sloten ligt. Tevens worden op zes bospercelen bomen verwijderd en nieuwe bomen geplant.
Het plangebied ligt in een landschap van dekzandwelvingen en laagtes waar zich veld- en haardpodzolgronden hebben ontwikkeld. Het maakte lange tijd deel uit van een groot heidegebied met vennen. Langs deze vennen zijn verschillende vuurstenen artefacten uit het laat-paleolithicum-neolithicum aangetroffen. Ten noorden van het plangebied is een celtic field uit de late bronstijd-late ijzertijd bekend. Jongere vondsten zijn in de omgeving van het plangebied niet gevonden. Het plangebied is in de nieuwe tijd niet bewoond geweest, getuige oude kaarten. Pas vanaf de 20e eeuw is het plan ontgonnen en werd het ontwikkeld tot bos. Begin 21e eeuw zijn enkele nieuwe vennen gegraven.
Voor het plangebied zijn de volgende archeologische verwachtingen vastgesteld:
Laat-paleolithicum-neolithicum: deelgebied 1-6 en aangrenzende sloten middelhoog (jachtkamp)
Neolithicum-late ijzertijd: deelgebied 1-4 en aangrenzende sloten laag en deelgebied 5-6 en aangrenzende sloten hoog (nederzetting, akker/tuin, verkaveling, begravingen e.d.)
Neolithicum-late ijzertijd: deelgebied 1-4 en aangrenzende sloten middelhoog en deelgebied 5-6 en aangrenzende sloten laag (winning grondstoffen, dump voor afval, voor rituele deposities e.d)
Romeinse tijd-middeleeuwen: deelgebied 1-6 en aangrenzende sloten middelhoog (nederzetting, akker/tuin, verkaveling, begraving e.d. en winning grondstoffen, dump voor afval, voor rituele deposities e.d)
Nieuwe tijd: deelgebied 1-6 en aangrenzende sloten laag (nederzetting)
Indien de werkzaamheden niet dieper reiken dan de bouwvoor en beperkt blijven tot de lineaire elementen, zoals aangegeven in de door opdrachtgever verstrekte plannen en gegevens, en met dien verstande dat voor het dempen van de sloten uitsluitend het materiaal wordt gebruikt dat in het verleden uit deze zelfde sloten is vrijgekomen, dan adviseert BAAC geen vervolgonderzoek. Er moet met nadruk worden voorkomen dat de afgedekte natuurlijke bodem in de aangrenzende zones wordt verstoord.
Met betrekking tot de locatie waar (de resterende) fijnspar verwijderd zal worden, is het van belang dat de stobben vooraf worden gefreesd.