Borssele Kaaiweg Bedrijfsterrein Quistenburg (gemeente Borsele). Archeologisch Bureauonderzoek.

DOI

Het archeologisch bureauonderzoek heeft uitgewezen dat het plangebied zich in een vlakte van getij‐ afzettingen bevindt. De afzettingen die behoren tot het Laagpakket van Walcheren zijn afgezet op Hollandveen op afzettingen die behoren tot het Laagpakket van Wormer. Dit Laagpakket van Wormer heeft zich dunner dan 1 meter ontwikkeld. Deze vlakte van getij‐afzettingen wordt doorsneden door een oude kreek aan de westelijke zijde van het plangebied. Uit analyse van de oude kaarten en topografische kaarten blijkt dat het gebied in de 16e eeuw overstroomd is, als gevolg van verscheidene stormvloeden. Daarbij is het dorp Sint Katherijnekerke, gelegen ten noordoosten van het plangebied, verdronken. Het gebied is herbedijkt aan het begin van de 17e eeuw. Op geen van de kaarten is bebouwing afgebeeld. Deze situatie is tot op heden onveranderd. De huidige Kaaiweg dateert uit de 17e eeuw.Booronderzoek, uitgevoerd in het recent verleden, heeft uitgewezen dat binnen het plangebied vanaf het maaiveld afzettingen kunnen worden aangetroffen die behoren tot het Laagpakket van Walcheren. Vanaf 0.40 meter beneden maaiveld zijn in enkele boringen in het westelijke deel van het plangebied en direct ten oosten van het plangebied archeologische indicatoren aangetroffen. De top van het Hollandveen kan worden aangetroffen vanaf circa 2.45 meter beneden maaiveld (1.74 meter – NAP). De top van het Laagpakket van Wormer bevindt zich op circa 3.90 meter beneden maaiveld (2.91 meter –NAP). In geen van de boringen zijn op het niveau van het Hollandveen en het Laagpakket van Wormer archeologische indicatoren aangetroffen.Aan de hand van de resultaten van het bureauonderzoek en de voorheen reeds uitgevoerde booronderzoeken kan onderstaand gespecifieerd verwachtingsmodel worden opgesteld:- Voor de periode Laat‐Paleolithicum en Mesolithicum bestaat er een middelhoge verwachting. Volgens de bijkaart van de Geologische kaart van Nederland kan de top van het pleistoceen dekzand worden aangetroffen vanaf circa 5.00 meter –NAP.- Voor de periode vanaf het Neolithicum bestaat een lage verwachting gezien het Laagpakket zich dunner dan 1 meter heeft ontwikkeld. De top van het Laagpakket van Wormer kan worden aangetroffen vanaf circa 3.90 meter beneden maaiveld (2.91 meter –NAP)- Voor de periode Bronstijd tot en met de Romeinse tijd geldt een hoge verwachting. In alle boringen is veen aangetroffen waarvan de top redelijk intact is. Het Hollandveen Laagpakket kan worden aangetroffen vanaf circa 2.45 meter beneden maaiveld (1.74 meter –NAP).- Voor de periode late middeleeuwen geldt een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden. Het niveau waarop deze sporen kunnen worden aangetroffen bevindt zich vanaf 0.40 meter beneden maaiveld. Er geldt een lage verwachting voor het aantreffen van archeologische waarden uit de Nieuwe Tijd.Op basis van bovenstaande bevindingen wordt voor de huidige planvorming archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht in de vorm van een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van Proefsleuven (IVO‐P). Hiertoe dient een Programma van Eisen opgesteld te worden dat goedgekeurd en ondertekend dient te worden door de bevoegde overheid.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-2AE-YCUP
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-2AE-YCUP
Provenance
Creator E. Coppens
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor J.E.M. Wattenberghe; ArteFact! Advies en Onderzoek in Erfgoed
Publication Year 2014
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact J.E.M. Wattenberghe (Artefact)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/xml
Size 9004158; 7287; 7035; 955; 4278
Version 1.0
Discipline Humanities