In totaal zijn tijdens het veldonderzoek (verkennende en karterende fase) zes boringen verricht. De bodem in het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit een bouwvoor, op een geroerd/vergraven pakket, op natuurlijke kwelder- en getijdenafzettingen (kleiige afzettingen / Lauwerszee-afzettingen), op veen (boring 4, 5 en 6), op (verspoeld) dekzand (boring 4, 5 en 6) op keileem (boring 4 en 5). Het onderzoek heeft geen vondsten opgeleverd die op de (voormalige) aanwezigheid van archeologische grondsporen wijzen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor zogenaamde intacte terplagen en/of archeologisch lagen. Hiermee is er in het plangebied een lage kans op behoudenswaardige archeologische waarden. Selectie-advies door drs. C.R.C. Schamp (senior KNA-archeoloog/prospector). Inventariserend veldonderzoek: Verkennende en Karterende fase. Op basis van de afwezigheid van intacte ophogings- en terplagen en archeologische indicatoren, achten wij de kans op archeologische waarden in het plangebied laag. Wij adviseren daarom geen archeologisch vervolgonderzoek voor het onderzochte terrein aan de Schipsloot te Burum. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Noardeast-Fryslân, om het opgestelde selectieadvies op basis van dit onderzoek al dan niet op te volgen.
De gemeente neemt dit advies over.