In opdracht van Waternet heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch bureauonderzoek
uitgevoerd naar een plangebied te Nieuwersluis, gemeente Stichtse Vecht, in het kader van
werkzaamheden aan een sluis. In dit stadium van het project is nog niet exact bekend welke
werkzaamheden hier zullen plaatsvinden. Onderhavig onderzoek is uitgevoerd voor het
geval dat de werkzaamheden de vrijstellingsgrenzen voor archeologisch onderzoek zullen
overschrijden, om vertraging in een later projectstadium te voorkomen. De
vrijstellingsgrenzen ter plekke bedragen 25 m2 en 0,3 m -mv, volgens het geactualiseerde
archeologische beleid van de gemeente Stichtse Vecht uit 2022.
Minimaal zullen herstelwerkzaamheden plaatsvinden aan het voegwerk, metselwerk, en
houtwerk van de sluis; zal één set sluisdeuren vervangen worden; zal een aantal meerpalen
geplaatst worden; en zal baggerwerk plaatsvinden in en rondom de sluis. Deze
werkzaamheden zullen slechts zeer beperkte bodemverstoring met zich meebrengen,
waarbij de vrijstellingsgrenzen niet overschreden zullen worden.
Afhankelijk van de staat van de sluis, kades, en damwanden kunnen uitgebreidere
werkzaamheden benodigd zijn. Deze kunnen bestaan uit het vervangen van de
damwanden; het vervangen van metselwerk en houtwerk; het vervangen van beide sets
sluisdeuren in plaats van slechts één set; en/of het droogleggen van de sluis, indien dit
nodig is voor andere werkzaamheden, waarvoor extra damwanden geplaatst zullen moeten
worden. Bij deze werkzaamheden kunnen de vrijstellingsgrenzen overschreden worden;
voor het vervangen van metselwerk en houtwerk zouden bijvoorbeeld gaafwerkzaamheden
achter de kade nodig zijn tot 1 – 2 m diepte, over een oppervlakte van maximaal 120 m2.
De strenge vrijstellingsgrenzen voor het plangebied komen voort uit de hoge archeologische
verwachting voor het gebied. Volgens de gemeentelijke beleidsdocumenten ligt het
plangebied in een zone van hoge archeologische verwachting voor waarden gerelateerd
aan de historische bewoning van Nieuwersluis en een middelhoge tot hoge archeologische
verwachting voor waarden gerelateerd aan militaire activiteiten. Meer specifiek kan op basis
van onderhavig onderzoek gesteld worden dat er resten aanwezig kunnen zijn van de
middeleeuwse versie van de sluis en, langs de randen van het plangebied, van
middeleeuwse of vroeg-nieuwetijdse kades en bebouwing. Daarnaast werden watergangen
historisch gezien veel gebruikt om afval te dumpen. Mogelijk kan in oude vullingen onder in
de Nieuwe Wetering dus nederzettingsafval aanwezig zijn uit de Late Middeleeuwen tot
Nieuwe Tijd. Ook kan mogelijk militair-archeologisch vondstmateriaal aanwezig zijn zoals
bijvoorbeeld wapentuig of munitie, paardentuig, of andere militaire uitrusting, verloren of
weggegooid in de Nieuwe Wetering en opgenomen in de bodemvulling.
De kans is vrij groot dat de historische archeologische waarden in het plangebied reeds
verstoord zijn door eerdere werkzaamheden aan de Nieuwe Wetering, de sluis, de kades,
en/of bebouwing langs de kades. Dit kan echter bij voorbaat niet met zekerheid vastgesteld
worden. Het is dus mogelijk dat nog intacte archeologische waarden aanwezig zijn in het
plangebied. Deze worden in dat geval dicht onder de oppervlakte verwacht, waardoor
graafwerkzaamheden de waarden zouden kunnen verstoren of vernietigen.
Daarnaast kunnen op grotere diepte (ca. 8 – 10 m -mv) prehistorische archeologische
waarden aanwezig zijn. Dit niveau zal alleen bereikt worden door de meerpalen en
damwanden. Er zal geen ontgraving tot deze diepte worden aangelegd en de
verstoringsoppervlakte op dit niveau zal minimaal zijn. Deze archeologische waarden
worden daardoor niet bedreigd.
Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek adviseert Sweco Nederland om het
plangebied niet zonder meer vrij te geven. Of vervolgonderzoek benodigd is, is echter
afhankelijk van de omvang van de benodigde werkzaamheden. Indien slechts de minimale
werkzaamheden benodigd blijken (herstel van voegwerk, metselwerk, en houtwerk en
vervanging één set sluisdeuren; plaatsing meerpalen; baggerwerk) zal de bodemverstoring
zo beperkt blijven dat geen vervolgonderzoek geadviseerd wordt. Mochten uitgebreidere
werkzaamheden benodigd blijken, waarbij graafwerkzaamheden plaatsvinden die de
vrijstellingsgrenzen van 25 m2 en 0,3 m -mv wel overschrijden, wordt wel vervolgonderzoek
geadviseerd. De aard van het plangebied maakt dat een archeologisch onderzoek
voorafgaand aan de werkzaamheden onpraktisch zou zijn. Archeologische waarden uit de
Nieuwe Tijd zijn daarnaast over het algemeen slecht op te sporen middels boringen.
Daarom wordt geadviseerd om graafwerkzaamheden die de vrijstellingsgrenzen
overschrijden uit te voeren onder archeologische begeleiding (protocol 4004 Opgraven –
variant begeleiding), zodat eventuele historische archeologische waarden in het plangebied
opgespoord en gedocumenteerd kunnen worden. Bij bodemroerende werkzaamheden
zonder graafwerkzaamheden – het plaatsen van damwanden1 en/of meerpalen zonder
ontgraving – wordt begeleiding niet nodig geacht. Het plaatsen van nieuwe damwanden zal
gebeuren op dezelfde plek als de huidige damwanden, waar de bodem reeds met zekerheid
verstoord is, en het plaatsen van meerpalen brengt slechts een zeer beperkte en gespreide
verstoring met zich mee, waardoor onderzoek hierbij geen meerwaarde heeft.
Indien het plangebied wordt vrijgegeven maar bij de uitvoering van de werkzaamheden toch
onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de
Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de minister verplicht
(vondstmelding via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).2
Onderhavig rapport dient te worden voorgelegd aan de bevoegde overheid, de gemeente
Stichtse Vecht, ter beoordeling. De bevoegde overheid neemt op basis van dit rapport een
(selectie)besluit. De mogelijkheid bestaat dat dit besluit afwijkt van het door ons opgestelde
advies.
Advies cultuurhistorie en bouwhistorie
De Nieuwe Sluis is een gebouwd Rijksmonument, wat betekent dat een bouwhistorisch
onderzoek verplicht is om wijzigingen aan de sluis aan te mogen brengen. Ook het verdere
plangebied is cultuurhistorisch gezien zeer interessant. Geadviseerd wordt daarom om,
naast onderhavig archeologisch bureauonderzoek, ook een cultuur- en bouwhistorisch
vooronderzoek uit te laten voeren naar het plangebied.
Advies OO
Het onderzoeksgebied is eerder onderzocht door T&A Survey (‘Nieuwersluisbrug’, kenmerk
GPR10081, d.d. 10-08-2022, normtekst VO&RA). Dit reeds uitgevoerde onderzoek is niet in
het bezit van Sweco. De conclusie van dit onderzoek is bij Sweco onbekend. Indien dit
rapport geraadpleegd kan worden en hieruit blijkt dat het gehele huidige plangebied
onverdacht is verklaard, kunnen de werkzaamheden gewoon doorgang krijgen. Ook als kan
worden aangetoond dat alle grondroerende werkzaamheden slechts in naoorlogs geroerde
grond plaatsvinden, zijn geen voorzorgsmaatregelen benodigd in het kader van Ontplofbare
Oorlogsresten.
Indien het gebied echter niet onverdacht is verklaard én er grondroerende werkzaamheden
plaats zullen vinden in grond die niet aantoonbaar is geroerd sinds de Tweede
Wereldoorlog, dient een Vooronderzoek Conflictperiode te worden uitgevoerd voor het
plangebied.