In het plangebied Oude Vechtsteeg in de gemeente Dalfsen bevond zich een vliegtuigwrak uit de Tweede Wereldoorlog in de grond. Deze is geborgen in het kader van het Nationale Bergingsprogramma vliegtuigwrakken uit de Tweede Wereldoorlog. Dit is tevens de aanleiding voor het archeologisch onderzoek. De berging is uitgevoerd van 2 tot en met 5 november 2020. Het onderzoek heeft bestaan uit een archeologische begeleiding van de vliegtuigberging. Voorgaand onderzoek heeft uitgewezen dat het plangebied (de crashlocatie) op de rand ligt van een (niet-gespecificeerde) archeologische vindplaats. Bovendien ziet het bevoegd gezag het vliegtuigwrak uit de Tweede Wereldoorlog eveneens als archeologisch erfgoed.Het type kan op basis van de berging en archeologische registratie worden gedetermineerd als een Duits jachtvliegtuig Messerschmitt Bf 109 hoogstwaarschijnlijk van het type G-6. Dit kon worden geverifieerd door onderdelen die specifiek bij dit type toestel horen, te weten de motor (Daimler-Benz 605A) en de boordwapens (2x MG 131, 1x MG 151/20). Beide vermiste kandidaten (waarvan één werd geborgen) vlogen bovendien in een Bf 109 G-6. Dit komt dus geheel overeen met de verwachting. Gesteld kan worden dat dat het toestel in elkaar gedrukt was en de wrakdelen sterk gefragmenteerd en verwrongen waren. Een uitzondering vormt het zwaarste onderdeel dat tevens vooraan in het toestel zat: de motor. Deze was echter wel in meerdere stukken gebroken. Op basis van de archeologische gegevens lijkt het erop dat voorzichtig kan worden geconcludeerd dat het toestel met een scherpe hoek van grote hoogte min of meer vanuit het zuiden en dus richting het noorden in de bodem stortte. Bij het doordringen in de natte, zandige bodem zou de voorzijde en in het bijzonder de zware motor een kwartslag zijn gedraaid en tevens op de kop zijn komen te liggen. Deze gegevens zouden de ooggetuigen tegenspreken. Zo werd er door Broeks geschiet gehoord met daarna een toestel dat "jankend" uit de wolken in een "glijvlucht" naar beneden kwam en dus niet recht naar beneden. Een ander (kapelaan uit Hoonhorst) bevestigt dat het toestel kort voor de crash over een pad scheerde.De verslagen van ooggetuigen lijken niet overeenkomen te komen met de hierboven op basis van archeologische documentatie vergaarde kennis of interpretaties. De volgende gedachte wordt hieraan toegevoegd. Bij een groter toestel (zoals een bommenwerper) kan de ligging van meerdere motoren, diverse bewapeningssystemen, eventueel vracht of bommenlast en de grotere spreiding van algemene onderdelen en diens oorspronkelijke onderlinge afstanden mogelijk meer toevoegen omdat er in dat geval meer referentiepunten zijn. De vraag die daarbij rijst is of de archeologische in situ documentatie van een relatief klein vliegtuig (zoals een Messerschmitt Bf 109) überhaupt meerwaarde geeft over toedracht en oorzaak van de crash. De onderdelen van Dalfsen zijn immers sterk gefragmenteerd, in elkaar gedrukt en lijken mogelijk zelfs gedeeltelijk over de kop geslagen. Al deze gegevens aan elkaar toetsend ontstaat een diffuus beeld van de toedracht van de crash en daarmee de laatste momenten van de Bf 109 van Dalfsen.