Laagland Archeologie heeft in augustus 2025 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Botenbuurt te Emmeloord. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de sloop en nieuwbouw en woningen.
Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB 4002.
Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.
Rond 9000 v. Chr. lag het plangebied op pleistocene dekzanden. Tussen 2600 en 2250 BC (Midden-Neolithicum) kwam hoogveen tot ontwikkeling dat zich in het plangebied tot ongeveer 1900 voor Chr./Midden-Bronstijd) kan handhaven. Tussen 1900 en 1700 v.Chr. is riet/zeggevegetatie in het plangebied aanwezig. Tussen 1700 en 800 v. Chr. vormt zich weer hoogveen binnen het plangebied Gebaseerd op de zanddieptekaart en enkele omliggende DINO boringen kan het pleistocene dekzand al binnen 50 cm -mv worden verwacht. Ook wordt op kaarten aangegeven dat de top van het pleistocene dekzand in en rondom het plangebied mogelijk verstoord/vergraven is. Rond 100 na Chr. zou het plangebied opgeslokt zijn door de zee.
De Noordoostpolder viel officieel droog op 9 september 1942. Op basis van oude kaarten zijn geen scheepvaartroutes of ankerplaatsen in en nabij het plangebied aangegeven. Het plangebied is iets ten noorden van de zandbaken van Schokland gelegen.
Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek worden geen (intacte) archeologische resten verwacht of is de kans hierop erg klein. Hoewel het dekzand dicht aan het oppervlak ligt betekend dit waarschijnlijk ook gelijk dat deze tijdens (bouw)werkzaamheden in het verleden grotendeels is verstoord. Intacte steentijdvindplaatsen worden daarom niet meer verwacht. Ook wordt de kans op scheepswrakken in dit deel van het plangebied vanwege de eerder uitgevoerde werkzaamheden zeer onwaarschijnlijk geacht
Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek adviseren we geen verder archeologisch onderzoek uit te voeren.
Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Noordoostpolder. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, mevr. M. Marinelli.
Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).