In opdracht van het Waterschap Scheldestromen heeft Archol BV een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd vanwege de voorgenomen aanpassingen aan het wegennet tussen de plaatsen Hoedekenskerke en Bakendorp in de gemeente Borsele, ter plaatse van de Nieuwe Veerweg, Kapuinhoekweg en Zeedijk. De daarmee gepaard gaande werkzaamheden kunnen leiden tot aantasting van eventueel in de bodem aanwezige archeologische resten. Op grond hiervan is de Waterschap Scheldestromen op advies van het bevoegd gezag (gemeente Borsele) verzocht voor de Nieuwe Veerweg en Kapuinhoekweg (i.e. het onderzoeksgebied) een archeologisch Bureauonderzoek en (indien noodzakelijk) een Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen (verkennende fase) uit te voeren. Voor de Zeedijk zijn de werkzaamheden vrijgesteld van onderzoek.Op grond van de geraadpleegde bronnen zijn in het onderzoeksgebied vier niveaus met een archeologische verwachting onderscheiden: Pleistocene ondergrond (hoge verwachting voor vindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum), oude getijdenlandschap (onbekende verwachting voor vindplaatsen uit het midden-/laat-neolithicum), veenlandschap (onbekend voor vindplaatsen uit de bronstijd -Romeinse tijd) en jonge getijdenlandschap (deels lage en deels hoge verwachting voor vindplaatsen uit de middeleeuwen-Nieuwe tijd).De top van het onderzoeksgebied bestaat ter plaatse van de Kapuinhoekweg uit een archeologisch relict: een dijklichaam uit in oorsprong het laatste kwart van de 18e eeuw met in het zuiden mogelijk een stook vijfzondendijk uit rond 1300. De Nieuwe Veerweg is aangelegd op een laat-20ste -eeuwse dijk die als recente ophoging kan worden beschouwd.Met betrekking tot de voorgenomen bodemingrepen kan het volgende worden geconcludeerd:- De bodemingrepen zijn beperkt. Het betreft twee smalle stroken van ongeveer 0,5 m langs beide zijden van de Nieuwe Veerweg en Kapuinhoekweg die tot tot 0,76 m -mv worden afgegraven;- De bodemingrepen blijven ruim boven de archeologische verwachtingsniveaus (Walcheren etc.);- Ter plaatse van de Nieuwe Veerweg blijven de bodemingrepen beperkt tot het ophogingspakket (dijklichaam) uit de laat-20ste eeuw.- Ter plaatse van de Kapuinhoekweg verstoren de bodemingrepen het historisch dijklichaam uit de eind 18e eeuw.Het historisch dijklichaam kan beschouwd worden als een archeologisch relict. Vragen over de ouderdom, ontwikkeling en bouwwijze van een dijk zijn alleen goed te onderzoeken met een diepe doorsnede dwars op het dijklichaam. De voorgenomen bodemingrepen beperken zich echter tot de kruin van het de dijk (omdat de ontgravingen over de lengte van de dijk plaatsvinden) en het bovenste deel van het dijklichaam (0,76 m van het minimaal 2,4 m dikke dijklichaam). Dit betekent dat bij de ontgravingen de opbouw van de dijk niet in voldoende mate in beeld komt om bovengenoemde vragen te kunnen beantwoorden.SelectieadviesOmdat de voorgenomen bodemingrepen de te verwachte archeologische niveaus niet zullen raken, en de kans klein is dat met archeologisch onderzoek van de voorgenomen ontgravingen informatie over de ouderdom, ontwikkeling en bouwwijze van de dijk onder de Kapuinhoekweg zal worden verzameld, adviseren wij geen vervolgonderzoek.Ondanks dat het bureauonderzoek met alle zorgvuldigheid is opgesteld, is niet uit te sluiten dat in het plangebied toch archeologische resten aanwezig kunnen zijn. Indien er bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan dient hiervan conform artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet melding gedaan te worden bij het bevoegd gezag. Waterschap Scheldestromen werkt met een Plan van Aanpak Realisatievondsten. Dat is hier van toepassing.
Date: 2021-09-09
Date Submitted: 2022-02-01