Eindrapportage archeologisch verkennend booronderzoek (8665.007) Persleidingtrace Doetinchem - Etten

DOI

Op basis van het eerder uitgevoerde archeologisch bureauonderzoek geldt een middelhoge tot hoge verwachting voor de delen van het plangebied/tracé die op hooggelegen terrasrest dan wel op een rivierduin liggen, waar de omstandigheden in verleden mogelijk voldoende geschikt waren voor (tijdelijke) bewoning. Deze betreffen enkele delen van het noordwestelijke deel van het tracé langs de Oostelijke randweg, het centrale deel van het tracé langs de Terborgseweg en deel Ettenseweg tot aan de kruising met de Gaanderenseweg en het zuidoostelijke deel van het tracé. Voor de delen van het tracé gelegen op middelhoog tot laaggelegen terrasresten en met name de delen binnen oude rivierbeddingen, geldt alleen nog een verhoogde trefkans op het voorkomen van geïsoleerde organische resten/rivierdalgerelateerde resten. Deze delen betreffen het noordwestelijke deel en het centraal-zuidoostelijke deel van het tracé. Ter plaatse van de delen van het tracé langs de Stationsstraat, de Hamburgerbroeklaan en de Fabriekstraat zijn reeds diepgaande bodemverstorende ingrepen uitgevoerd. Binnen de geplande ontgravingsdiepte t.b.v. de aanleg van de persleiding worden hier geen archeologische waarden meer verwacht.Resultaten inventariserend veldonderzoekUit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) blijkt dat er ter plaatse van de onderzochte delen van het plangebied/tracé over het algemeen sprake is van een diep verstoorde bodemopbouw. Deze verstoringen zullen het gevolg zijn van moderne bodemingrepen (ten gevolgde van inrichting van de openbare ruimte, wegaanleg, aanleg van nutsvoorzieningen (kabels en leidingen)). Verstoringsdieptes variëren hierbij tussen minimaal 70 tot maximaal 220 cm -mv. Onder het verstoringsniveau vindt direct de overgang plaats naar de C-horizont en zijn restanten van het oorspronkelijke/van nature gevormde bodemprofiel niet meer te herkennen. Bij slechts twee boringen, welke ook op grotere afstand van elkaar gelegen zijn, is een restant van een holtpodzolbodem aangetroffen. Gezien de ligging vormt het echter geen aanleiding om te spreken van een deel van het plangebied/tracé met enige lengte waar nog sprake is van een (deels) intacte bodemopbouw. Het zullen eerder terreindelen van beperkte omvang omvatten, waar tijdens de inrichting van de openbare ruimte slechts beperkte vergravingen/verstoringen hebben plaatsgevonden.Vergeleken met de (geactualiseerde) archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Doetinchem blijkt dat grotere delen van het plangebied/tracé tot het rivierduinenlandschap kan worden gerekend, waar onder het verstoringsniveau nog rivierduin- op vlechtende rivierterrasafzettingen zijn aangetroffen. Slechts beperkte delen in het noordelijke deel van het onderzochte plangebied/tracé hebben een landschappelijke ligging binnen een laaggelegen terrasrest dat afgedekt is geweest met overstromingsklei (voordat moderne bodemingrepen plaatsvonden). De ligging van een oude rivierbedding komt goed overeen met een kaartbeeld, waar onder het verstoringsniveau nog venige restgeulafzettingen zijn aangetroffen.ConclusieGeconcludeerd wordt dat binnen het overgrote deel van het onderzochte plangebied/tracé reeds grootschalige en diepgaande recente bodemingrepen hebben plaatsgevonden en dat hierdoor het archeologisch niveau (potentiële vondstniveau én sporenvlak) voor het gehele plangebied volledig is aangetast. Er zijn geen delen van het plangebied/tracé met enige lengte aan te wijzen waar nog sprake is van een (deels) intacte bodemopbouw. Voor de plangebied/tracé is dan ook geen sprake meer van een archeologische verwachting.AdviesOp grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Voor het plangebied geldt dat de natuurlijke bodemopbouw verstoord is tot (veelal ver) voorbij de oorspronkelijke top van de C-horizont. De geplande bodemverstorende ingrepen zullen niet resulteren in verstoringen van archeologische waarden, aangezien deze in situ niet meer worden verwacht. Dit advies is voorgelegd aan het bevoegd gezag in kwestie, Burgemeester en Wethouders van de gemeente Doetinchem, en door middel van een selectiebesluit als zodanig bekrachtigd (beoordeling archeologisch rapport door mevrouw R. de Boer, d.d. 31 mei 2021). Met bovenstaand advies wordt ingestemd.Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

Date Accepted: 31-05-2021

Date Accepted: 2021-05-31

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-xgu-5kct
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-xgu-5kct
Provenance
Creator E.M. ten Broeke
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor E.M. Broeke, ten; E.M. ten Broeke (Econsultancy); Econsultancy
Publication Year 2021
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact E.M. Broeke, ten (Econsultancy)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 10202; 16959235; 10032; 1119; 5221
Version 1.0
Discipline Humanities