Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek
Op basis van het archeologisch bureauonderzoek kunnen binnen het plangebied archeologische resten worden verwacht in principe daterend vanaf het Laat-Neolithicum, waarbij vooral een (zeer) hoge verwachting geldt voor de periode Romeinse tijd. Het plangebied neemt namelijk een landschappelijke positie in binnen de hoger gelegen oeverwallen die gevormd zijn tijdens de actieve fase van de Oude Rijn post-Werkhoven stroomgordel. Deze stroomgordel heeft actief gesedimenteerd van 4450-1729 BP (2500 voor Chr. tot 221 na Chr., Laat-Neolithicum t/m Midden-Romeinse tijd). Ook ligt niet ver ten zuiden van het plangebied de Heldammer stroomgordel, welke een actieve fase heeft gekend rond of kort voor het begin van de jaartelling tot in de vierde eeuw na Chr. De vele uitgevoerde archeologische onderzoeken laten zien dat er veel menselijke (bewonings)activiteiten in de directe omgeving van het plangebied hebben plaatsgevonden gedurende de Romeinse tijd, meest bekend het ten zuiden gelegen castellum (legerplaats) De Meern/Hoge Woerd en de omliggende vicus (kampdorp). Circa 50 tot 100 meter ten zuiden van het plangebied zijn meerdere grafkuilen van een crematiegrafveld uit de Romeinse tijd aangetroffen. Verondersteld is dat de noordelijke begrenzing van dit grafveld zich buiten de begrenzing van het plangebied bevindt. Aangezien vlakdekkend onderzoek naar de gehele begrenzing van dit grafveld tot op heden niet heeft plaatsgevonden, kan de aanwezigheid van grafresten binnen de begrenzing van het plangebied echter niet worden uitgesloten. De oeverwallen behielden ook in de Middeleeuwen en Nieuwe tijd hun gunstige ligging als bewoningslocatie. Geraadpleegd historisch kaartmateriaal laat wel zien dat vanaf het begin van de 19e eeuw binnen het plangebied geen bouwwerkzaamheden hebben plaatsgevonden en dat het in agrarisch gebruik was.
Resultaten inventariserend veldonderzoek
De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) laten zien dat binnen het plangebied oever-/kronkelwaardafzettingen op beddingafzettingen voorkomen. Deze zullen zijn gesedimenteerd tijdens de actieve fase van de Oude Rijn post-Werkhoven stroomgordel/Heldammer stroomgordel en op basis van eerdere landschapsreconstructies zeer waarschijnlijk tijdens een latere fase (IJzertijd/Vroeg-Romeinse tijd?). De ligging van het plangebied binnen een relatief hooggelegen stroomrug/oeverwal wordt hiermee bevestigd. De in de top van de oever-/kronkelwaardaf-zettingen gevormde bodem betreft een kalkloze poldervaaggrond, een bodemtype dat te verwachte is in vrij jonge stroomgordelafzettingen. Diepgaande recente verstoringen zijn niet waargenomen. De boringen gezet in het centrale deel van het plangebied, waar het bouwblok is gepland voor de nieuwbouwwoning, laten in ieder geval een intacte bodemopbouw zien onder de huidige bouwvoor. Voor het archeologisch potentiële sporenniveau wordt dan ook verwacht dat deze nog merendeels intact aanwezig is, waarbij eventueel aanwezige sporen direct onder de huidige bouwvoor kunnen worden aangetroffen.
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat voor het plangebied, en zeker het geplande bouwblok voor de nieuwbouwwoning, de archeologische verwachting gehandhaafd dient te blijven. Zeker voor de periode Romeinse tijd geldt nog een (zeer) hoge verwachting. Een eventuele noordelijke uitloper van het Romeinse grafveld, waarvan al grafkuilen zijn aangetroffen circa 50 tot 100 meter ten zuiden van het plangebied, kan dan ook niet worden uitgesloten. Daarnaast blijft de kans aanwezig op archeologische resten en/of sporen van andere type vindplaatsen (bewoningsresten/-sporen).
Advies
Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO-O) wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om binnen het plangebied een vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een waardestellend proefsleuvenonderzoek, om daarmee de intactheid, spreiding, diepte en mate van verstoring van archeologisch kansrijke niveaus (verder) in kaart te brengen en op basis daarvan inzichtelijk te maken wat de consequenties zijn van de voorgenomen plannen op mogelijke archeologische resten. Ook in relatie tot de Romeinse grafresten die circa 50 tot 100 meter ten zuiden van het plangebied zijn aangetroffen, waardoor de aanwezigheid van grafresten binnen de begrenzing van het plangebied niet kan worden uitgesloten, is de uitvoering van een proefsleuven-onderzoek de meest geschikte methode. De aan te leggen proefsleuf/proefsleuven dient/dienen zich te richten op het geplande bouwblok voor de nieuwbouwwoning. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld, waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Tevens dient bij de gemeente Utrecht een archeologievergunning te worden aangevraagd.
Bovenstaand betreft een advies, opgesteld door Econsultancy. Het advies dient ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Utrecht). Na beoordeling wordt door de bevoegde overheid een besluit genomen. Voorafgaand aan dit besluit mogen geen (graaf)werkzaamheden plaatsvinden.