Inleiding In opdracht van Waterschap Aa en Maas heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in maart 2018 een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd in plangebied het Peelkanaal bij Mill, in het kader van de inrichting van de Peelkanaalzone. Het doel van het onderzoek was de archeologische potentie van het plangebied te bepalen en op basis daarvan een advies ten aanzien van de noodzaak van vervolgonderzoek te formuleren. Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden direct ten oosten van het Peelkanaal. “Stapsteen 1” bevindt zich bij Bruggen, tussen het kanaal en de Molendijk; “stapsteen 2” ligt ca. 800 m noordelijk van stapsteen 1, tussen het kanaal en de Bergseweg. Bureauonderzoek Het plangebied ligt juist ten noordoosten van de Peelhorst, in een zone met Maasterrassen bedekt met dekzand. Meer in detail, ligt stapsteen 1 op een horstglooiing. Het zuiden van stapsteen 2 ligt in een dalvormige laagte zonder veen; het noorden ervan in een terrasvlakte. Stapsteen 1 ligt in een zone met een hoge zwarte enkeerdgrond. In stapsteen 2 is er sprake van een gooreerdgrond en een moerige eerdgrond. In het plangebied bevindt zich geen archeologische vindplaats, en in een straal van 500 m eromheen slechts drie. De meest nabije vindplaats betreft de vondst van een scherf uit de Romeinse tijd. In de wijdere omgeving zijn stenen artefacten uit de Steentijd gevonden. Op het kadastrale minuutplan uit 1811-1832 zien we dat zich in het oosten van stapsteen 1 stapsteen 2 zich een licht slingerende waterloop bevindt (de Groote Beek). In stapsteen 2 ligt de Molendijk hier direct ten noorden van, stapsteen 1 is de dijk nog niet aanwezig. In stapsteen 2 is er bij de aansluiting van de (huidige) Bergseweg en de Molendijk een rechthoekig gebouw aanwezig (juist ten zuiden van de geplande poel). Verder maken de stapstenen deel uit van een verkaveld agrarische gebied. Het Peelkanaal verschijnt op topografische kaarten in 1957 en vervangt dan de Groote Beek. Het kanaal werd echter al vanaf 1939 gegraven. De archeologische verwachting is als volgt: Stapsteen 1: hoge verwachting voor resten gerelateerd aan Peel-Raamstelling, lage verwachting voor vindplaatsen van jager-verzamelaars en landbouwers, lage verwachting voor resten in natte contexten. Stapsteen 2: hoge verwachting voor vindplaatsen van jager-verzamelaars, hoge verwachting voor resten gerelateerd aan natte context, hoge verwachting voor resten gerelateerd aan Peel- Raamstelling, lage verwachting voor vindplaatsen van landbouwers uit de periode Neolithicum- Late Middeleeuwen, hoge verwachting voor historische boerderij. Conclusie & advies In stapsteen 1 is vanwege de lage verwachting geen vervolgonderzoek nodig. Voor stapsteen 2 wordt om eventueel aanwezige archeologische/historische resten te documenteren en bergen een archeologische begeleiding van de graafwerkzaamheden (poelen, plas/dras, parkeerplaats) aanbevolen. RAAP beveelt verder geen vervolgonderzoek aan, maar de gemeente (e-mail Ruud van den Broek, 12-06-2018) stelt het volgende: Het archeologisch onderzoek wordt aangevuld voor het dempen van de sloot. Voor het dempen van een sloot is archeologisch onderzoek vereist. Dit is specifiek als zodanig benoemd in het bestemmingsplan voor het dempen van oppervlaktewateren. Ook voor het vergraven en verzetten van grond waarbij het maaiveld over meer dan 250m2 en met meer dan 0,4m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van steilranden worden gewijzigd. Hierbij geldt dat de hoogste categorie archeologie in een selectiegebied bepalend is voor het gehele selectiegebied mits de werkzaamheden in het gebied een aaneengesloten gebied betreffen. Alhoewel het dempen van een sloot en ingrepen dieper dan 40 cm geen bedreiging zullen zijn voor eventuele archeologische resten, wordt aangeraden om het proces vooruit te helpen deze ingrepen ook in de begeleiding te betrekken.
Date: 2018-04-24