Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (19184.001) 44 Ri-straat 33 en 35 te Ochten

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden vanaf de (Late-)IJzertijd t/m de Late-Middeleeuwen. Deze verwachting is gebaseerd op de ligging binnen de Echteld stroomgordel, welke actief was vanaf circa 836 voor Chr. tot 121 na Chr. actief (Vroege-IJzertijd t/m Midden-Romeinse tijd). Hierbij zijn oudere afzettingen (oudere komafzettingen en de top van de Pleistocene rivierafzettingen), met eventueel hierin gelegen archeologische resten en sporen ouder dan de IJzertijd, zijn ge-erodeerd/verspoeld. Voor de perioden ouder dan IJzertijd geldt dan ook geen verwachting. De ligging op een oeverwal dan wel een kronkelwaardrug gaf vanaf de (Late-)IJzertijd de beschikking van voldoende areaal bouwland (akkergronden) en het houden van vee, en daarmee de ontwikkeling van een nederzetting((s)complex). Tijdens de Middeleeuwen en Nieuwe tijd behield het gehele plangebied zijn relatief hoge ligging op een oeverwal/stroomrug en bleef daarmee een geschikte bewoningslocatie. Deze verwachting wordt ondersteund door de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied. Uit de Romeinse tijd, Middeleeuwen en Nieuwe tijd zijn op verschillende locaties in en rond de kern van Ochten, op de Echteld stroomgordel, vondsten en sporen aangetroffen. Voor de periode Nieuwe tijd wordt de verwachting als laag beschouwd, omdat er vanuit geraadpleegd historisch kaartmateriaal geen duidelijke aanwijzingen dat er binnen het plangebied een historisch (Nieuwe tijds) erf/historische erven aanwezig zijn geweest.

Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) bevestigd de ligging binnen de Echteld stroomgordel. De bodemopbouw bestaat uit oever-/kronkelwaard- op beddingafzettingen, in de vorm van bovenin matig tot sterk zandige klei en neerwaartse richting geleidelijk overgaand in sterk kleiig zand en vervolgens zwak siltig, zeer fijn tot matig fijn zand (in opwaartse richting juist een kenmerkende verfijning van textuur (fining up sequentie)).

Binnen het merendeel van het plangebied hebben echter al vrij diepgaande bodemverstorende ingrepen plaatsgevonden, waarbij tot een gemiddelde diepte van circa 90 cm -mv cunet-/stabilisatiezand en vervolgens geroerde/verstoorde lagen grond voorkomen. Bij het laatste is plaatselijk goed zichtbaar dat het gaat om klei vermengd met grof zand dat waarschijnlijk cunet-/bouwzand betreft, als dat er plaatselijk ook sprake is van een vermenging met fijne resten beton- en baksteenpuin. Uitschieters qua verstoringsdieptes zijn aangetroffen tot maximaal 160 cm -mv. Deze verstoringen zullen hebben plaatsgevonden tijdens bouwwerkzaamheden van de bestaande bebouwing (vanaf de jaren ’50 tot eind jaren ’80 van de 20e eeuw) en de huidige inrichting van het terrein (welke waarschijnlijk niet veranderd is vanaf eind jaren ’80 van de 20e eeuw).

Alleen binnen het qua oppervlakte beperkte en meest zuidelijk gelegen terreindeel, dat in gebruik is als grasveld, zijn bodemverstorende ingrepen beperkt gebleven tot de huidige bouwvoor (Ap-horizont, bovenst 40 cm). Op basis van de hier aangetroffen bodemopbouw is sprake van een kalkhoudende ooivaaggrond.   Aanwijzingen voor de mogelijke aanwezigheid van een oude woongrond zijn binnen het zuidelijk gelegen grasveldje, dan wel in het overige deel van het plangebied, niet aangetroffen. Mogelijk oudere “vuile” lagen met fijn antropogeen materiaal, dan wel lagen rijk aan fosfaatvlekken, zijn niet waargenomen tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden. Ook in het opgeboorde en vervolgens versneden/verbrokkelde bodemmateriaal zijn geen archeologisch relevante indicatoren aangetroffen. Mocht er binnen een deel van het plangebied toch sprake zijn geweest van een oud woongrond, zoals aangegeven op de voorheen geldende archeologische beleidskaart van de gemeente Neder-Betuwe (zie figuur 5), dan is deze ten gevolgde van moderne bodemingrepen volledig verstoord/vergraven.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat op basis van de resultaten van het booronderzoek, waarbij sprake is van een diepgaande, sterk verstoorde bodemopbouw binnen het merendeel van het plangebied en er verder geen aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van een oude woongrond, er geen aanleiding meer is om nog intacte/in situ gelegen restanten van een archeologische vindplaats binnen het plangebied te verwachten. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen. De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek, waarbij een hoge verwachting gold voor de perioden vanaf de (Late-)IJzertijd t/m de Late-Middeleeuwen. Voor de periode Nieuwe tijd was en blijft de verwachting laag.

Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Er is binnen het merendeel van het plangebied sprake van een diepgaande, sterk verstoorde bodemopbouw ten gevolge van bouwwerkzaamheden en de huidige inrichting van het terrein. Tevens ontbreekt het verder aan aanwijzingen voor de aanwezigheid van een (deels) intacte oude woongrond. Door moderne vergravingen is het archeologisch potentiële vondst- als sporenniveau merendeels, zo niet geheel verstoord/aangetast.

Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/KALTNA
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/KALTNA
Provenance
Creator Broeke, ten, E.M.
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Broeke, ten, E.M.; Econsultancy; Broeke, E.M. ten
Publication Year 2023
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Broeke, ten, E.M. (Econsultancy)
Representation
Resource Type Archeologisch prospectief onderzoek; Dataset
Format application/pdf
Size 9876382
Version 1.0
Discipline Humanities
Spatial Coverage Doetinchem