Proefsleuvenonderzoek Brummen Rondweg N345 De Hoven Proefsleuvenonderzoek aan de Rondweg N345 De Hoven te Brummen in de gemeente Brummen

DOI

Tijdens het proefsleuvenonderzoek uitgevoerd ter hoogte van de op basis van het vooronderzoek onderzoeksgebieden 2 en 3, ter plaatse van de agrarische percelen nabij het erf gelegen aan Baank-straat 5, zijn in totaal dertien proefsleuven aangelegd met een gezamenlijke oppervlakte van circa 1.456 m². Tevens heeft een archeologische begeleiding van OCE-werkzaamheden plaatsgevonden ter plaatse van verdedigingswerken uit de Tweede Wereldoorlog, welke zich binnen de begrenzing van de nieuwe rondweg bevinden.De overgang van waar een verlande meander van de Gelderse IJssel overgaat in het Pleistocene dekzandlandschap is zowel in de bodemopbouw als in de aangelegde vlakken van proefsleuven goed zichtbaar in het centrale deel van onderzoeksgebied 2. Het noordoostelijke deel van onderzoeksge-bied 2 ligt binnen de Emper meander en specifiek binnen een verlande restgeul, waar een dik pakket zwaar getextureerde komafzettingen/restgeulafzettingen voorkomen. Het centrale en zuidoostelijke deel van het onderzoeksgebied ligt op een bewaard gebleven dekzandrug, waar (verspoelde) dek-zandafzettingen liggen. Deze zijn deels bedekt met een in zuidelijke richting snel dunner worden-de/uitwiggende laag komafzettingen/restgeulafzettingen. De erosieve grens tussen deze twee type sedimenten geeft aan dat een deel van de dekzandafzettingen zijn weggeslagen. Waarschijnlijk heeft dit plaatsgevonden tijdens de vorming van de Emper meander. Deze meander bestond al vóór 900 na Chr. en zal na 1406/07 niet meer actief water hebben vervoerd, op basis van een eerder opgestelde hypothetische fasering van de rivierlopen van de Gelderse IJssel gedurende de Volle- en Late-Middeleeuwen.Er kan gesteld worden dat het zuidoostelijke deel van onderzoeksgebied 2 op een bewaard gebleven dekzandrug ligt. De aanwezigheid van een vanaf het maaiveld circa 60 cm dikke laag van zwak humeuze, matig siltige klei duidt op een opgebracht plaggendek. Waarschijnlijk zijn kleiige grasplaggen gebruikt, welke zijn vermengd met de oorspronkelijke top van de (verspoelde) lemige dekzandafzet-tingen. De vermenging van matig siltige klei met matig tot sterk siltig, zeer fijn zand resulteert in een huidige textuur van sterk zandige klei tot kleiig zand. Intensieve agrarische bewerking heeft geresul-teerd in een hoge enkeerdgrond, waarbij de opeenvolging van bodemhorizonten feitelijk niet meer betreft dan een dik plaggendek/intensief bewerkte, zwak humeuze bovengrond met direct hieronder de overgang naar het oorspronkelijk moedermateriaal (dekzandafzettingen dan wel nog een deel overstromingsklei liggend op dekzandafzettingen nabij de overgang naar de restgeul). De vondst van een fragment proto-steengoed uit de 13e eeuw kan gezien worden als opgebracht aardewerk en beschouwd worden als een indicatie vanaf wanneer plaggenbemesting plaatsvond.In het zuidoostelijke deel van onderzoeksgebied 2, op de hogere delen van een restant van een dek-zandrug, is in werkput 3 één archeologisch spoor aangetroffen, een kuil met hierin twee fragmenten vuursteen en waarbij een C14-analyse van de houtskoolrijke onderste vulling een datering heeft op-geleverd van 2290 tot 2134 v. Chr. (Laat-Neolithicum B). Zonder een duidelijke vindplaatscontext (het gaat om slechts één enkel spoor) is de aard van het spoor moeilijk te duiden, echter de functie als haardkuil lijkt meest waarschijnlijk. In een andere werkput (werkput 6), echter ook landschappelijk gelegen binnen de dekzandrug, zijn enkele natuurstenen aangetroffen. Eén van de zandstenen ver-toond op twee oppervlakken sporen van bewerking die mogelijk wijzen op gebruik als slijpblok. Verder zijn op een in drie stukken gebroken kwartistische zandsteen aan het oppervlak zwarte ‘pitten’ zicht-baar, wat mogelijk een aanwijzing is voor mechanische verwering. Het gaat hierbij om een manuport, een mogelijk bewerkte steen waarvan het specifieke gebruik niet meer kan worden achterhaald. De stenen zonder gebruiksporen hebben wellicht gefunctioneerd als gewicht om iets op zijn plaats te houden (bijvoorbeeld de huiden bedekking van een hut/slaapplaats). Het verder ontbreken van ar-cheologische sporen is wellicht het resultaat van intensieve agrarische bewerking en/of plaggenbe-mesting, waarbij plaggen met oorspronkelijke top van de dekzandafzettingen met elkaar zijn ver-mengd. Hierdoor kunnen voorheen aanwezige ondiepe sporen al zijn vernietigd. Er hebben menselij-ke activiteiten plaatsgevonden, echter het verder ontbreken van vondstmateriaal is mogelijk te verkla-ren doordat er sprake is geweest van een (zeer) kortstondige activiteit. Dat het zou kunnen gaan om de randzone van een vindplaats wordt minder waarschijnlijk geacht bij de functie van de kuil als haardkuil. Menselijke activiteiten zullen zich juist hebben geconcentreerd rondom deze haardkuil, ten denken aan het bereiden van voedsel en tijdelijk opslaan van een kampement. Uit de waardering volgens door de KNA voorgeschreven wijze blijkt dat deze vindplaats (waarvan wellicht niets meer over is aangezien de mogelijke haardkuil is afgewerkt) niet behoudenswaardig is.Binnen de restgeul in het uiterst noordwestelijke deel van onderzoeksgebied 2 zijn onder een 40 cm dik pakket matig siltige komklei systematisch naast elkaar gelegen ondiepe kuilen en een greppel aangetroffen. Het gaat hier om sporen van (vermoedelijke) kleiwinningskuillen/-putten die langs de buitenranden/grenszone van de betreffende Emper meanderarm van de Gelderse IJssel zijn uitge-graven. De afmetingen zijn realistisch voor een kleiwinningskuil die op 1 dag kon worden uitgegraven en waarbij de klei met kruiwagens in de smalle zones tussen de putten kon worden afgevoerd. Er is bekend dat er rondom Zupthen en nabij de loop van de Gelderse IJssel vanaf de 14e eeuw baksteen-productie in steenfabrieken heeft plaatsgevonden. Circa 1,2 kilometer ten noorden van het plangebied heeft de steenovenfabriek De Marsch gelegen (14e eeuw). Meest nabij het plangebied, op een af-stand van circa 750 meter ten noordoosten van het plangebied, heeft langs de Kanonsdijk ook een steenfabriek gestaan die in 1595 gebouwd is. De greppel zal gediend hebben voor afwatering om de kleiwinning te vergemakkelijken. Deze restgeulafzettingen/pakketten overstromingsklei waren prima geschikt als grondstof voor de baksteenindustrie. De kleiwinningsputten lijken na het uitgraven weer vrij snel volgesedimenteerd te zijn met natuurlijke afzettingen (komklei) tijdens perioden dat de Gel-derse IJssel buiten zijn oevers trad en het gebied overstroomde. De vlakaanleg heeft binnen de con-touren van de kleiwinningsputten heeft geen vondstmateriaal opgeleverd. De afwateringsgreppel be-vatte wel een grijsbakkende dakpan en een deel van een handgevormde baksteen die passen in de perioden van de 1550 tot 1850 na Chr. (16e tot 19e eeuw), een periode waarbij baksteenovens op volle toeren bouwmateriaal produceerde en er redelijk nabij het plangebied ook een tweetal (bak)-steenovens aanwezig waren.In onderzoeksgebied 3 hebben afgravingen/egalisatiewerkzaamheden plaatsgevonden, wat op basis van het hoogtebeeld ook al werd vermoed. De bodemopbouw betreft niet meer dan een humeuze, moderne bouwvoor met direct hieronder dekzandafzettingen (C-horizont). Dit deel van het plangebied ligt dus wel binnen het dekzandlandschap, maar is al ten prooi gevallen aan afgravingen/egalisatie. Indien de vindplaats die ten noordwesten van de Baankstraat is aangetroffen (waarlangs tevens door afgravingen een steilrand is ontstaan) doorloopt in zuidoostelijke richting, zal deze binnen onder-zoeksgebied 3 ook volledig zijn verwijderd. Het archeologisch niveau bevindt zich ten noordwesten van de Baankstraat (in het zuidoostelijke deel van onderzoeksgebied 2) op een hoogte van circa 6,3 m +NAP, terwijl binnen onderzoeksgebied 3 de top van de C-horizont direct onder huidige bouwvoor zich bevindt op een hoogte van circa 5,6 m +NAP. Daarmee is binnen onderzoeksgebied 3 zeker 70 cm van oorspronkelijke C-horizont al afgegraven. Enkele in de werkputten binnen onderzoeksgebied 3 aangetroffen sporen van systematisch en evenwijdig aan elkaar gelegen drainagesleuven, percele-ringsgreppels en afrasteringspalen (waarvan een aantal duidelijk vierkant), zijn gerelateerd aan het (moderne) agrarisch gebruik van het terrein. Deze sporen zullen ook pas zijn gevormd nadat afgraving/egalisatie had plaatsgevonden en worden dan ook verder niet beschouwd als een archeologisch relevante sporen. Historisch kaartmateriaal laat zien dat onderzoeksgebied 3 in de laatste 150 jaar ook alleen maar een agrarisch gebruik heeft gekend.De archeologische begeleiding NGE ter plaatse van een verdedigingswerk uit de Tweede Wereldoor-log, gelegen direct langs het Tondense Enkpad en in het gebied tussen de zuidelijk gelegen spoorlijn Arnhem-Zutphen en de noordelijk gelegen spoorlijn Apeldoorn-Zutphen, heeft geresulteerd in het aantreffen van een halfronde greppel en twee vrij forse en diepe kuilen. De uitgegraven grond uit de halfronde greppel kan wellicht gebruikt zijn voor de aanleg van een verdedigingswal (bescherming van wellicht luchtafweergeschut). Bij één van de diepe kuilen is langs de buitenzijde houtbeschot ter versteviging van wanden van de kuil en er is in de uitstulping aan de kuil een getimmerde constructie van houten planken aangetroffen, rustend op houten paaltjes en waarbij de paaltjes op hun plaats werden gehouden door een paar machinaal vervaardigde bakstenen met afmetingen van 21,5x10x5 cm. De functie als vloertje is meest waarschijnlijk, om daarmee ook de toegang tot de kuil via de uit-stulping in stand te houdend. Daarmee lijken de kuilen als schuilonderkomen te hebben gefungeerd, echter voor de andere kuil is het gebruik als opslagplaats, voor bijvoorbeeld munitie, ook een moge-lijkheid. Er zijn verder geen andere vondsten gedaan, maar gezien de ligging daar waar het de spoor-lijn Arnhem-Zutphen en Apeldoorn-Zutphen bij elkaar komen (niet ver ten oosten), is de functie van de verdedigingswerken ten behoeve van het opereren van luchtafweergeschut de meest voor de hand liggend.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-26W-25HJ
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-26W-25HJ
Provenance
Creator E ten Broeke
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor R.C.B. Steenbak; Econsultancy BV
Publication Year 2023
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact R.C.B. Steenbak (Provincie Noord-Brabant)
Representation
Resource Type Dataset
Format image/svg+xml; application/pdf; image/jpeg; text/xml; application/dbf; application/shp; application/shx; text/csv; application/zip; text/tab-separated-values
Size 642429; 166881; 165288; 167338; 167661; 167261; 166744; 168393; 169093; 167486; 167569; 165411; 7204634; 6744624; 6886330; 7417286; 6878837; 6825022; 6817850; 6312110; 7698948; 7942205; 8151644; 8093555; 6969115; 6767067; 8048285; 7286714; 8159038; 7728742; 7333395; 7579916; 7925275; 8134618; 8160182; 7507140; 8021360; 6960216; 7372368; 7720288; 7927539; 7679594; 7784442; 6434122; 8021573; 6583062; 7367527; 8078236; 8119426; 8112266; 7387201; 7411652; 7655090; 7357732; 7880772; 8157648; 7828424; 8257187; 8225284; 7364982; 8198475; 8032982; 8103742; 7804307; 8044917; 7705523; 7319323; 7896446; 7302981; 7275204; 7624505; 7420025; 7710333; 8162838; 8195981; 8194201; 6507726; 8164454; 7285147; 7864642; 7568645; 7765909; 7769767; 7367034; 7875991; 7806673; 7148893; 7457903; 8031031; 7382148; 8270225; 8060519; 8021358; 7406828; 7293753; 7328358; 7945378; 7470770; 7314238; 7484277; 8099100; 7439784; 8164840; 7517132; 7330879; 7609770; 7292597; 7581355; 7983963; 7721770; 8162219; 7277182; 8250392; 7431880; 7295226; 7190652; 7433309; 7437371; 7523033; 8880253; 8276502; 8046596; 7488146; 8089170; 8072451; 7431532; 8039755; 7367370; 8245961; 7942476; 7640795; 7506302; 7904439; 7670736; 7956153; 7592246; 7955929; 7701363; 7323692; 7323618; 7065730; 9145413; 9036993; 9274928; 9425720; 9415591; 7760372; 7980068; 7264174; 6109837; 6201777; 7312055; 7474030; 8009217; 7780805; 7392484; 6678760; 6770932; 7841889; 7252892; 7292467; 7800883; 7267904; 7748607; 8149489; 7592217; 8155973; 7972035; 8164055; 8709593; 9019383; 9182413; 7550586; 8113535; 7918982; 7291961; 7843428; 8089017; 8116101; 7603679; 7504573; 8494253; 7396424; 8137192; 7618070; 7303559; 7569129; 8140887; 7469527; 8130137; 7481632; 7003413; 8253550; 7271856; 8303230; 9147965; 8998204; 7493600; 8358397; 7563361; 8174243; 7810231; 8174797; 7973324; 7382139; 7682971; 6767399; 7322432; 6573857; 6525429; 7343032; 7892276; 7943874; 8193221; 8143884; 7903236; 7243923; 7912569; 7758379; 7723686; 7376056; 8141124; 7421613; 7772891; 7194987; 7390790; 7677599; 7689817; 7304874; 7692416; 8872321; 8747409; 7313448; 8165906; 7327464; 8180037; 7986152; 7348369; 8420243; 7578994; 7351114; 7636896; 7351461; 7650282; 7325768; 7555811; 7104724; 7498307; 7535300; 7331190; 7462660; 7345006; 6938650; 7313139; 7623674; 7396938; 7752662; 7313930; 7800333; 7353448; 7393590; 8163659; 7955836; 9119454; 9101322; 8118674; 8143482; 8162438; 8138847; 8156027; 7417702; 8042395; 7867268; 8158262; 7360757; 8158125; 7870189; 8160783; 8111333; 9349429; 8094183; 7411211; 7584631; 8102485; 7253539; 8161265; 8160850; 8162629; 7347834; 7316927; 8045745; 7815087; 7663163; 8243446; 7258383; 8204160; 8164157; 8111601; 7942629; 7393099; 8059146; 7493961; 8280383; 7675949; 8095984; 8299268; 6937523; 7428846; 7321629; 7489660; 7102250; 7295257; 8121043; 8258644; 7662254; 7289265; 7118511; 7045588; 7238833; 7882948; 7304411; 7676222; 7810910; 7986577; 8032560; 8184939; 8060585; 7668193; 8107036; 8294475; 8555567; 8086177; 7443859; 8288805; 7742149; 8164258; 8047715; 7913690; 7251123; 7787639; 7618499; 7932363; 7810099; 8097677; 7673716; 6328134; 8357480; 7923563; 8139503; 8163092; 8161917; 8215466; 8163577; 8164756; 7411396; 7516728; 8049630; 7666095; 8237733; 7709377; 7346699; 7582022; 6823180; 7715182; 7773799; 6361342; 7381281; 7297912; 7893936; 7128085; 7291114; 7261978; 7246732; 7357995; 6078564; 8150752; 7898447; 7623069; 7401478; 7731038; 8736257; 7589384; 6970499; 7305751; 7776825; 7421510; 7324732; 7316846; 8007474; 8077192; 7768377; 7742289; 6428222; 7364336; 7292941; 7298636; 8124171; 7303897; 8160344; 8165731; 7958765; 8156482; 7753453; 8043767; 8153299; 7385671; 8094997; 7855580; 7254042; 6856461; 7920661; 7751179; 7186442; 7222511; 7244619; 7272187; 6748611; 6940013; 6470748; 7262614; 7484136; 7709719; 8636856; 7250558; 6906621; 7346867; 7883479; 8078513; 8068548; 7725897; 7646017; 7673582; 7524783; 7675796; 8165211; 7941621; 7388634; 7924160; 8161132; 7282931; 7348793; 7699766; 7357161; 8165745; 9059939; 9387886; 9150578; 7351026; 7458997; 7373726; 6896684; 6673779; 6781914; 7394342; 8109428; 6984818; 6687718; 6841223; 7459658; 7587799; 7620473; 7210886; 6755390; 6994812; 6999957; 8105603; 550729; 553149; 545904; 495073; 119864; 117161; 109407; 111106; 763677; 267088; 290533; 31655; 7668; 596; 846061; 131; 315198; 12084176; 56739; 4122; 800; 300; 403225; 22276; 6436; 12822; 2940; 303970; 16816; 4876; 531385; 1121; 10433; 3532; 412; 1096042; 40455207; 938; 7764; 420; 3109; 534; 659; 1671; 1086; 212; 132; 371; 3484; 204
Version 1.0
Discipline Humanities