Laagland Archeologie heeft in maart 2026 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Hagengracht en Marktplein te Almelo. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de herinrichting en aanpassing van de hemelwaterafvoer en riolering.
Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB 4002.
Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.
Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden.
Het plangebied is vermoedelijk gelegen in een dalvormige laagte die in het Pleistoceen en Holoceen gevuld is met zand. Ten behoeve van de bebouwing in Almelo zijn er lokaal antropogene ophogingen aanwezig zijn. De aanwezigheid van dergelijke ophogingslagen wordt bevestigd door nabijgelegen archeologische onderzoeken. Naar verwachting was er oorspronkelijk een veldpodzolgrond in het plangebied aanwezig, echter door de mate van verstoringen is onduidelijk in hoeverre deze nog intact is.
In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit het Neolithicum t/m de Nieuwe Tijd bekend. Verscheidene eerder uitgevoerde archeologische onderzoeken wijzen uit dat het historisch centrum van Almelo een rijk bodemarchief herbergt en er veel resten aanwezig kunnen zijn uit de Late Middeleeuwen t/m de Nieuwe Tijd.
De in het plangebied aanwezige Hagengracht is hoogstwaarschijnlijk tussen 1346 en 1374 aangelegd. Vermoedelijk is de eerste bewoning in dit deel van Almelo circa 150 jaar voor de aanleg van de gracht al aanwezig. Naast de gracht is een keermuur gelegen. Er zijn verscheidene stortlagen en vullingen aanwezig in- en naast de gracht. Deze vullingen afwisselend vondstmateriaal houdend. Nabij de kruising van de Hagengracht en Grotestraat is veel smeedafval aangetroffen (aan beide kanten van de brug).
Bodemverstoring is te verwachten gezien de ligging in het stadscentrum van Almelo. De verstoringsaard loopt uitéén en is niet alleen gelimiteerd tot de Nieuwe Tijd, maar ook de Middeleeuwen. Recente verstoringen zijn ook aanwezig, denk aan de aanwezigheid van riolering en afwatering onder de huidige straat, maar ook de afgraving(en) en demping(en) van de Hagengracht.
Rond 9000 voor Chr. ligt het plangebied naast een beekdal. Dit beekdal voert hedendaags nog de Almelose Aa. Hoewel een ligging op mogelijk hogere dekzandafzettingen, nabij een beekdal doorgaans een middelhoge of hoge archeologische verwachting toegekend krijgt, is dat hier niet het geval.
Vanwege de al bekende diepgaande verstoringen in de vorm van de voormalige Hagengracht, de huidige onder- en bovengrondse infrastructuur en de bebouwing rondom het plangebied, wordt verwacht dat het overgrote deel van het plangebied verstoord is en het bodemarchief voor de periode Laat Paleolithicum t/m het Mesolithicum weinig intacts bevat. Daarom is een lage verwachting opgesteld voor deze periode.
De bovenstaande argumenten voor de archeologische verwachting zijn ook van toepassing op de periode vanaf het Mesolithicum t/m de Vroege Middeleeuwen. Wel is binnen het onderzoeksgebied een enkele waarneming bekend uit de Steentijd.
Op basis van eerder uitgevoerde archeologische onderzoeken wordt gesteld dat het Almelose bodemarchief rijk is aan archeologische resten uit de Late Middeleeuwen t/m de Nieuwe Tijd.
Voor de periode Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd geldt een hoge archeologische verwachting op het voorkomen van archeologische resten. De meest relevante resten uit deze perioden worden in de grachtbodem verwacht, al kan vondstmateriaal uit de Nieuwe Tijd in hoger gelegen dempingslagen niet worden uitgesloten.
Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek worden archeologische resten verwacht. De geplande bodemingrepen zullen deze resten zeer waarschijnlijk aantasten. In dit stadium van het onderzoek is niet duidelijk in hoeverre de toekomstige verstoringen buiten de al bestaande tracés vallen en in hoeverre deze nabij de archeologisch relevante grachtbodem gelegen zijn. We adviseren daarom vervolgonderzoek aan in de vorm van een extensieve archeologische begeleiding tijdens de geplande werkzaamheden in het plangebied. Een verkennend of karterend booronderzoek wordt weinig zinvol geacht vanwege de aanwezige bebouwing en asfalt-verharding in het plangebied. Als er behoudenswaardige archeologische resten tijdens de archeologische begeleiding worden vastgesteld, dient de extensieve archeologische begeleiding op te schalen naar een intensieve archeologische begeleiding. Voorafgaand aan een vervolgonderzoek moet rekening gehouden worden met een tussenfase waarin een passend Programma van Eisen opgesteld kan worden of een addendum op het bestaande PvE.
Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Almelo. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, Mevr. E. Kaptijn.
Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).