Uit de resultaten van het booronderzoek is gebleken dat in het overgrote deel van de boringen geen
intact dekzand met bodemvorming aanwezig is. Alleen ter plaatse van boring 7 (gelegen binnen
onderzoekslocatie 8) is een podzolbodem aangetroffen, deze is echter vermoedelijk in keizand of
verspoeld zand gevormd.
In het noordelijk en oostelijk deel van het plangebied zijn binnen de onderzochte locaties onder een
verstoorde toplaag met name dekzandafzettingen zonder bodemvorming en/of grondmoreneafzettingen
aangetroffen.
In het zuidwestelijk deel van het plangebied is binnen de geboorde locaties in een groot aantal
boringen zand aangeboord dat is aangemerkt als verspoeld zand. Het is echter niet uit te sluiten dat dit
zand ook een eolische component heeft. Door natuurlijke homogenisatie is dit onderscheid niet te
maken. Daarnaast is eveneens in het zuid(westelijke) deel van het plangebied in een zevental boringen
niet nader gedefinieerd pleistoceen zand aangetroffen. Het is onduidelijk of dit zand verspoeld, eolisch
of een combinatie van beide is.