Laagland Archeologie heeft in januari-februari 2024 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Provincialeweg ong. (Gemeente Lienden, Sectie L, nummer 182) te Lienden. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de realisatie van een agrarisch bouwvlak voor een boomkwekerij met bijbehorende bedrijfswoning.Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen.Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Het plangebied ligt grotendeels op een oeverwal en de uiterste noordelijke plangebied maakt onderdeel uit van een stroomgordel, de Ingen stroomgordel. In wezen ligt het overgrote deel in een overstromingsvlakte, waar afgaande op boringen in het DINO loket een pakket oever- en/of komafzettingen, al dan niet met ingeschakelde crevasseafzettingen van tenminste 5,0 m dikte aanwezig is op de pleistocene ondergrond. Alleen in het noordelijke plangebied zijn beddingafzettingen van de Ingen stroomgordel op ongeveer 1,0 m -mv te verwachten. Het bodemprofiel is vermoedelijk deels verstoord omdat het in gebruik is voor de laanbomenteelt. De locatie is volledig gedraineerd. Om de 6 meter ligt op een diepte van ongeveer 120 cm een drainagebuis.Verder is aangegeven dat het perceel is bewerkt (gewoeld) tot een diepte van ca. 120 cm.In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit alle perioden vanaf de IJzertijd bekend. Verder ligt het plangebied binnen het zoekgebied van de Romeinse Limesweg (met bewoningszone) en de net iets grotere noordelijke helft van het plangebied ligt binnen een AMK-terrein met vindplaatsen uit de Middeleeuwen.Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.Algemeen zijn er crevasseafzettingen aangetroffen van de Ingen en/of Lienden stroomgordel, die actief waren vanaf 750 voor Chr. (Late Bronstijd) tot 750 na Chr.(Vroege Middeleeuwen) op oeverafzettingen (gestapeld landschap). De crevasseafzettingen dateren ergens in de IJzertijd/Romeinse Tijd. De oeverafzettingen, die met crevasseafzettingen zijn afgedekt dateren wellicht ergens in de IJzertijd of vroeger.Door de laanbomenteelt is waarschijnlijk het bovenste archeologische niveau, dat ervan oudsher aanwezig is, deels verstoord. Vanwege het gestapelde landschap moet echter van meerdere archeologische niveaus worden uitgegaan.Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans groot dat het plangebied archeologische sporen bevat. De plannen zijn momenteel niet exact bekend. Op basis van de vastgestelde diepten van het archeologisch niveau met een gebruikelijke marge van 30 cm, moet echter een behoud in situ tot de mogelijkheden behoren (Bijlage 12 en Bijlage 13). Hierbij wordt wel uitgegaan van een aanzienlijke ophoging van het terrein waar het toekomstige bouwblok zal komen te liggen. Uitgaande van de aanlegdiepte en ontgravingen vanaf het toekomstige maaiveld zouden er dan geen bodemingrepen plaatsvinden tot de top van het archeologische niveau. Met een marge van 30 cm dient voor een behoud in-situ een niveau boven 5,69 m +NAP aangehouden te worden, waarbinnen bodemingrepen kunnen plaatsvinden.Mocht een behoud in-situ, al dan niet plaatselijk, niet tot de mogelijkheden behoren wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems).Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P).We adviseren in het omgevingsplan wel een aanduiding omtrent archeologie op te nemen.Dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Buren. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, de heer H.J. van Oort.Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).