Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed heeft in december 2018 een Archeologisch Bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied in Sluis. De aanleiding voor het onderzoek is het voornemen om een nieuwe middenspanningskabel aan te leggen tussen het Walplein in Sluis en de Rondweg ten noordwesten van Draaibrug. Het totale tracé heeft een lengte van circa 5.320 m. Vanaf boerderij Zorgvliet tot aan Draaibrug (over en afstand van circa 1.830 m) wordt tevens een nieuwe laagspanningskabel geamoveerd en vernieuwd. De nieuw aan te leggen MW-kabel komt in een 0,8 m brede en 1 m diepe sleuf te liggen. De werkzaamheden zullen in hoofdzaak in open ontgraving uitgevoerd worden. De doorkruising van het Walplein en de twee in het open water (kanaal Brugge-Sluis) gelegen trajectdelen worden door middel van een gestuurde boring gerealiseerd. Vanaf de kruising met de Heilleweg (ten zuiden van Sluis) zal de kabel op kruisingen met wegen, fietspaden, waterlopen en opritten eveneens door middel van een korte gestuurde boring gebeuren. Hierbij wordt een in en uittredepunt (boorputten) gemaakt. Vanaf de zone ten oosten van (N253) huisnummer 14 wordt tevens een nieuwe laagspanningskabel geamoveerd en vernieuwd. De nieuwe (laag‐ en) middenspanningskabel worden vanaf dit punt daarenboven aangelegd in het bestaande tracé.Het tracé is gelegen binnen bestemmingsplan Parapluplan archeologie Sluis (2018, in voorbereiding). Mogelijke archeologische waarden binnen het bestemmingsplan worden planologisch beschermd door een dubbelbestemming waarde archeologie. De kabeltracés zijn gelegen in een gebied met een dubbelbestemming waarde archeologie 1A, 1B of 2 en deels in een gebied zonder dubbelbestemming inzake archeologie. In dergelijke gebieden geldt een verbod op het uitvoeren van (graaf)werkzaamheden die groter zijn dan respectievelijk 50, 100 en 500 vierkante meter én dieper reiken dan 0,40 meter beneden maaiveld. Dergelijke werkzaamheden zijn wel vergunbaar mits een archeologisch onderzoeksrapport wordt voorgelegd waarin wordt aangetoond dat geen archeologische waarden aanwezig zijn, dat deze niet behoudenswaardig zijn of dat deze door de voorgenomen werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad. Circa 1.550 meter van het tracé is gesitueerd in een gebied waarvoor geen dubbelbestemming archeologie is opgenomen. Omdat met de aanleg van de kabels de genoemde vrijstellingsgrenzen worden overschreden, dient in het kader van de noodzakelijke omgevingsvergunning een archeologisch onderzoeksrapport te worden voorgelegd. Op basis van de beschikbare geologische gegevens en de hierboven geschetste archeologische verwachting per niveau kan het plangebied in drie grote verwachtingscategorieën opgedeeld worden. Dit betreft gebieden met diep reikend Nieuwland (kreek-, kleiplaat en schorgronden), gebieden met Nieuwland op Oudland (poelronden) en gebieden met Nieuwland op diep reikend Oudland (kreek- en kleiplaatgronden). Deze categorieën kunnen aangevuld worden met de bekende historische data, zijnde de aanwezigheid van de vestingwerken van Sluis en in het buitengebied de bekende bewoning op basis van de historische kaarten. A: Categorie A wordt gevormd door de diep reikende kreek-, kleiplaat- en schorgronden van het Nieuwland (jongere afzettingen van het Laagpakket van Walcheren). Deze jongere afzettingen hebben de oudere afzettingen van het Oudland (oudere afzettingen van het Laagpakket van Walcheren) weg geërodeerd. Naar verwachting zijn hier ook het Basisveen en de bovenzijde van het Laagpakket van Wierden weg geërodeerd. Voor deze zone geldt dan ook slechts een lage verwachting voor de Late Middeleeuwen B en Nieuwe Tijd en geen verwachting voor oudere perioden.A-V: Categorie A-V vormt een subcategorie van categorie A. Gebieden van categorie A-V bevinden zich ter plaatse van de historische vestingwerken van Sluis en hebben dan ook een hoge verwachting voor de Late Middeleeuwen B en Nieuwe Tijd. In dit gebied zal de bodem daarenboven opgehoogd zijn bij het aanleggen van deze vestingwerken.A-HB: Categorie A-HB vormt een subcategorie van categorie A. Gebieden van categorie A-HB bevinden zich ter plaatse van de historische bebouwing (op basis van de historische kaarten) en hebben dan ook een hoge verwachting voor de Nieuwe Tijd.B: Categorie B bestaat uit gebieden waar ondergrond bestaat uit Nieuwland op Oudland-poelgrond (jongere afzettingen van het Laagpakket van Walcheren op oudere afzettingen van het Laagpakket van Walcheren). Onder de poelgronden bevinden zich naar verwachting nog Bassveen en afzettingen van het Laagpakket van Wierden. Voor deze categorie geldt een lage verwachting voor de Late Middeleeuwen B- Nieuwe Tijd (Nieuwland), een middelhoge verwachting voor de Vroege Middeleeuwen en Late Middeleeuwen A (Oudland), een middelhoge verwachting voor de Late IJzertijd en Romeinse Tijd en een lage verwachting voor het Neolithicum tot Midden-IJzertijd (Basisveen) en een middelhoge verwachting voor het Laat-Paleolithicum tot en met Mesolithicum en lage verwachting voor het Neolithicum (Laagpakket van Wierden. Plaatselijk kan het Basisveen deels geërodeerd zijn door het Oudland, in die zones vervalt de archeologische verwachting voor de Late IJzertijd en Romeinse Tijd.B-V: Categorie B-V vormt een subcategorie van categorie B. Gebieden van categorie B-V bevinden zich ter plaatse van de historische vestingwerken van Sluis en hebben dan ook een hoge verwachting voor de Late Middeleeuwen B en Nieuwe Tijd. In dit gebied zal de bodem daarenboven opgehoogd zijn bij het aanleggen van deze vestingwerken.B-HB: Categorie B-HB vormt een subcategorie van categorie B. Gebieden van categorie B-HB bevinden zich ter plaatse van de historische bebouwing (op basis van de historische kaarten) en hebben dan ook een hoge verwachting voor de Nieuwe Tijd.C: In gebieden van categorie C bevinden onder het Nieuwland (jongere afzettingen van het Laagpakket van Walcheren) kreek- en kleiplaatgronden van het Oudland (oudere afzettingen van het Laagpakket van Walcheren). Deze hebben naar verwachting het Basisveen en mogelijk ook de bovenzijde van het Laagpakket van Wierden weg geërodeerd. Voor deze categorie geldt een lage verwachting voor de Late Middeleeuwen B en Nieuwe Tijd (Nieuwland) en een hoge verwachting voor de Vroege Middeleeuwen en Late Middeleeuwen A (Oudland).