In opdracht van Buro SRO heeft Transect b.v. in maart 2024 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Dorpsstraat (nummers 146, 150, 152, 154 en 156A) in Hazerswoude-Dorp, specifiek de locatie die bekend staat als de Locatie Van der Werf (gemeente Alphen aan de Rijn). Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken richt zich op het vaststellen en toetsen van de archeologische verwachting en de bepaling in hoeverre de voorgenomen ingrepen in het kader van de planvorming effect hebben op eventuele archeologische resten in het gebied. Op basis van het bureauonderzoek ligt het plangebied binnen het ontginningslint en de historische dorpskern van Hazerswoude-Dorp. Gezien deze ligging en de aanwezigheid van bebouwing op kaarten sinds de 19e eeuw is de verwachting op archeologische resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) en Nieuwe tijd hoog. Op de historische kaart uit 1615 is het plangebied onbebouwd. Het is echter niet ondenkbaar dat wel eerder in het plangebied bewoning heeft plaatsgevonden, aangezien Hazerswoude-Dorp sinds de 13e eeuw bewoond is geweest. De verwachting op resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) is zodoende hoog. Resten van woonhuizen worden verwacht langs de Dorpsstraat in het noorden van het plangebied. In zuiden van het plangebied worden erf-gerelateerde resten zoals bijgebouwen verwacht. In het plangebied kunnen tevens resten zoals graven voorkomen die relateren aan de parochie en de kerk die ten westen van het plangebied lagen. Er worden ook resten uit de periodes Laat-Paleolithicum – Neolithicum verwacht. Het diepste niveau wordt gevormd door het dekzand wat een niveau vormt voor resten uit het Laat-Paleolithicum (11,8 m -Mv). Dit niveau zal, afgezien van heipalen, niet worden bereikt door de bodemingrepen. Mede gezien de kleine omvang van het plan, de grote diepteligging en de lage trefkans van resten uit deze periode zal dit archeologisch niveau buiten beschouwing worden gelaten. Ook is er kans dat het dekzand is ge rodeerd door de Waddinxveen stroomgordel die vanaf het Laat-Mesolithicum als rivier in het plangebied gestroomd heeft. Archeologische resten uit de periode Laat-Mesolithicum – Midden Neolithicum bevinden zich dan op intacte, gerijpte hoge oever- of crevasseafzettingen van de stroomrug. Op deze stroomrug zijn nog niet eerder archeologische resten aangetroffen. De verwachting op resten is daarom middelhoog. Nadat de rivier inactief geworden is, is het plangebied in een waddengebied en een veenmoeras komen te liggen (vanaf het Midden Neolithicum). In de top van hoger gelegen wadafzettingen, op de oevers van wadgeulen kunnen archeologische resten uit het Laat-Neolithicum aanwezig zijn. De verwachting hierop is vooralsnog laag. Archeologische resten uit de Bronstijd-Vroege Middeleeuwen kunnen voorkomen in het veen, mits hier veraarde veenlagen zich bevinden. De archeologische verwachting op de aanwezigheid van resten uit de periode Bronstijd – Late Middeleeuwen (tot de 13e eeuw) is dan ook laag. De aanleg van de bebouwing, kabels en leidingen en saneringsactiviteiten hebben lokale verstoringen in de bodem veroorzaakt tot 0,2-2 m -Mv. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is de hoge verwachting op archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd bevestigd. Ter plaatse van boring 1, 3 en 5 zijn ophooglagen aangetroffen vanaf 40-60 cm -Mv (1,47-1,96 m -NAP). De ophogingslaag heeft een dikte in boring 1 en 5 van 105 cm. Uit de aanwezigheid van historisch bouwpuin blijkt dat de ophooglagen mogelijk in de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) of de Nieuwe Tijd zijn opgebracht. Boring 2, 3, 4 en 6 zijn gestaakt op 40-150 cm -Mv (1,66-2,7 m -NAP) door verharding in de ondergrond. Deze verharding is mogelijk historisch bouwpuin of funderingsresten. Ter plaatse van boring 2, 3 en 6 is bebouwing ingetekend op de Kadastrale Minuutplan. De aanleg van de bestaande bebouwing en de uitgevoerde sanering hebben verstoringen veroorzaakt in de ondergrond tot 1 m -Mv. De ophooglagen reiken tot dieper dan 1 m -Mv. De hoge verwachting op resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) en de Nieuwe Tijd zal zodoende blijven gehandhaafd voor het hele plangebied. De middelhoge verwachting op resten uit het Mesolithicum – Midden-Neolithicum is op basis van de resultaten van het veldonderzoek niet bevestigd. Onder de wadafzettingen zijn komafzettingen van de Waddinxveen stroomgordel aangetroffen. Bovenin deze afzettingen is een (natte) bodem gevormd. Het is door de natte omstandigheden niet waarschijnlijk dat hier archeologische resten aanwezig zijn. Op basis van het bureauonderzoek geldt een lage verwachting op archeologische resten uit de periode Laat Neolithicum – Late Middeleeuwen (tot de 13e eeuw). Tijdens het veldonderzoek zijn geen bewoonbare niveaus bovenin de wadafzettingen of in het veen aangetroffen. Daarom blijft de lage archeologische verwachting voor de periode Laat-Neolithicum – Late Middeleeuwen (tot de 13e eeuw) gelden.