Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase naast Flessenbergerweg 7 te Wapenveld, gemeente Heerde (GD) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase naast Flessenbergerweg 7 te Wapenveld, gemeente Heerde (GD)

DOI

Laagland Archeologie heeft in juli 2023 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd naast Flessenbergerweg 7 te Wapenveld. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de geplande nieuwbouw van een woning.Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.Het bureauonderzoek had tot doel een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Op de gemeentelijke landschappenkaart ligt in een zone van sneeuwsmeltwaterglooiingen. Het plangebied ligt volgens deze kaart niet binnen een gebied met een cultuurdek. In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als heide. Bodemkundig zijn waarschijnlijk eerder haarpodzolgronden dan hoge zwarte enkeerdgronden te verwachten. Op grond van de bodemkaart is podzolvorming te verwachten. Uit oude kaarten blijkt dat rekening is te houden met bodemverstoring als gevolg van bebouwing van 1935 tot 1965 en van 2014 tot 2023. In de omgeving van het plangebied zijn geen archeologische resten bekend.De archeologische verwachting is laag voor jager-verzamelaars vanwege de (waarschijnlijke) afwezigheid van natuurlijke waterlichamen. De archeologische verwachting is hoog voor landbouwers uit de periode Midden-Neolithicum tot Vroege Middeleeuwen. Als de omgeving al in cultuur was gebracht zijn deze gronden waarschijnlijk ergens voor de Vroege Middeleeuwen verlaten vanwege uitputting. In historische tijden maakte het plangebied onderdeel uit van een heidegebied. Omdat het plangebied zich begin 19e eeuw echter in een heidegebied bevond, niet ver van bouwlanden is de archeologische verwachting middelhoog voor de Late Middeleeuwen tot Nieuwe tijd.Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.Er is een overwegend onverstoorde ondergrond aangetroffen met daarin voornamelijk nog een rest van podzolprofielen (BC-horizont en een enkel profiel met nog een Bhs-horizont). Deze ondergrond is afgedekt met een matig dikke tot dikke A-horizont of een verstoorde humeuze bovengrond. In wezen gaat het deels om enkeerdgronden en representeert de A-horizont mogelijk een plaggendek. Dit plaggendek werd niet echt verwacht, omdat het plangebied op basis van historisch kaartmateriaal een heidegebied representeert dat ergens begin 19e/midden 19e eeuw moet zijn ontgonnen. Er zijn geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen.Omdat de natuurlijke ondergrond met een meestal tot de BC-horizont afgetopt bodemprofiel is aangetroffen blijft de archeologische verwachting voor jager-verzamelaars (Laat-Paleolithicum tot Vroeg-Neolithicum) laag. De hoge archeologische verwachting voor landbouwers uit de periode Midden-Neolithicum tot Vroege Middeleeuwen moet worden gehandhaafd, omdat er een onverstoorde ondergrond is aangetroffen. Mogelijk worden eventuele archeologisch relevante lagen of vindplaatsen bedreigd door de geplande ingrepen.Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems).Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P).We adviseren in het bestemmingsplan een aanduiding omtrent archeologie op te nemen.Dit advies is overgenomen door de gemeente de gemeente Heerde, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer H.G. Pape-Luijten, regio-archeoloog Stedendriehoek.Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-zb8-qwzq
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-zb8-qwzq
Provenance
Creator J. Wijnen
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor R.C.B. Steenbak; Laagland Archeologie
Publication Year 2023
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact R.C.B. Steenbak (Provincie Noord-Brabant)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; application/gml+xml; application/zip; text/xml
Size 5753832; 2649; 24941; 3289; 1190; 1343; 1815; 830; 1597; 3209; 10326; 5309; 1851; 1148; 1678; 1831; 2038; 2143; 2025; 1266; 1624; 2134; 1391; 1984492; 978; 1602; 177302; 1445; 977; 1280; 1604425; 907; 1208; 2963; 980; 38289; 1470; 2124; 2075; 1447; 1813; 1524; 2323; 310135; 43360; 1569; 568382; 309933
Version 1.0
Discipline Humanities