De onderzoekslocatie ligt binnen het zuidelijkste puntje van de bebouwde kom van Keijenborg op de overgang van dekzandruggen in het noorden naar een vlakte van verspoelde dekzanden ten zuiden hiervan. Hierin zijn op de onderzoekslocatie hoge bruine enkeerdgronden ontstaan. Door de ligging op de flank van een dekzandrug heeft de onderzoekslocatie een hoge trefkans op archeologische resten. Het gebied is vanaf het Laat-Glaciaal geschikt voor bewoning. De hoge trefkans heeft daarmee betrekking op archeologische resten vanaf het Paleolithicum. In de omgeving is slechts een waarneming bekend uit de Middeleeuwen–Nieuwe Tijd.Het karterend booronderzoek heeft aangetoond dat de onderzoekslocatie daadwerkelijk op de overgang ligt van dekzandrug naar dekzandvlakte; alleen het uiterst noordelijk deel ligt op een dekzandrug. De rest ligt in een dekzandvlakte. Het archeologisch niveau direct onder het eerddek is op een groot deel van de onderzoekslocatie sterk is aangetast waarschijnlijk door de bouwwerkzaamheden uit het verleden. Alleen op het uiterst noordelijk en zuidelijk terreindeel is het archeologisch niveau niet vergraven. In geen van de boringen zijn bij het karterend booronderzoek archeologische indicatoren aangetroffen die duiden op een vindplaats ouder dan de Nieuwste Tijd. Op basis van het bureau- en booronderzoek wordt dan ook geconcludeerd dat er binnen de onderzoekslocatie waarschijnlijk geen archeologische waarden aanwezig zijn.
Issued: 1 september 2010