Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Dorpsstraat 57/59 te Nijeveen, gemeente Meppel (DR) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Dorpsstraat 57/59 te Nijeveen, gemeente Meppel (DR)

DOI

Laagland Archeologie heeft in mei 2024 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Dorpsstraat 57/59 te Nijeveen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de uitbreiding van de bestaande zorgvilla. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Het plangebied ligt in het Drentse Zandgebied. Tussen 5500 en 3850 voor Chr. raakt het plangebied bedekt met veen. Het veenpakket kon zich handhaven tot aan de laatmiddeleeuwse veenontginningen. Op basis van de geomorfologische kaart kan worden aangenomen dat het plangebied op een vlakte van smeltwaterafzettingen ligt. Op het AHN is te zien dat het plangebied zich op een verhoging in het landschap bevindt die overeenkomt met het woonlint van Nijeveen. Verder is te zien dat de bebouwing in het zuidelijke deel van het plangebied een halve meter hoger ligt dan het noordelijke onbebouwde deel van het plangebied. Bodemkundig ligt het gebied in een zone met veldpodzolgronden.In de omgeving van het plangebied zijn geen archeologische resten bekend. Op basis van historische bronnen en het op 300 m ten oosten liggende AMK terrein worden in de omgeving wel resten uit de periode Late Middeleeuwen ? Nieuwe Tijd verwacht.De huidige Dorpsstraat is een van de oudste delen van Nijeveen en fungeerde als as van waaruit het omliggende veen werd ontgonnen. Op een kaart uit 1832 is bebouwing in het plangebied aangegeven; deze was in bezit van een veehouder. Wellicht gaat bewoning nog verder terug. De rest van het terrein is aangeduid als appelhof/boomgaard (tegen de woning) en hooiland. In de loop van de decennia heeft meerdere malen sloop en nieuwbouw plaatsgevonden in het plangebied. De huidige bebouwing is in 2010 gebouwd.Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek geldt een middelhoge verwachting voor de periode Late Middeleeuwen ? Nieuwe Tijd. In de top van het dekzand in de ondergrond kunnen resten van voor de veenvorming worden verwacht; dit gaat om resten uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met Vroeg-Neolithicum (middelhoge verwachting). Voor de tussenliggende periode (Midden-Neolithicum tot en met Vroege Middeleeuwen) kan een lage verwachting worden aangehouden.Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat in het plangebied sprake is van een opgebracht pakket dat in dikte varieert van circa 50 cm tot ongeveer 170 cm of meer. Er zijn sterke aanwijzingen dat hier in (sub)recente tijden grootschalige bodemingrepen hebben plaatsgevonden. Een aantal boringen zijn in de opgebrachte laag gestagneerd. In de resterende boringen is onder het opgebrachte pakket een dun veenlaagje gezien met daaronder een intacte podzolbodem. In het zuidelijke plangebied ? ter hoogte van de huidige bebouwing en de historische ontginningsas ? maakt het dekzand een scherpe opduiking van ongeveer 60 cm. Op grond van het booronderzoek zijn geen resten van vanaf de Late Middeleeuwen meer te verwachten. Bewoning uit de periode Laat-Paleolithicum ? Vroeg-Neolithicum kan niet worden uitgesloten. Met name het zuidelijke deel van het plangebied is kansrijk vanwege de hoge ligging van het dekzand. Hier zijn geen ingrepen voorzien.Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie.Dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Meppel. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, de heer dr. O. Satijn.Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/RZPEAR
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/RZPEAR
Provenance
Creator Laagland Archeologie VOF
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Functioneel Applicatiebeheer GBO; Laagland Archeologie BV
Publication Year 2026
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Functioneel Applicatiebeheer GBO (BIJ12)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/xml; application/gml+xml; application/octet-stream; application/zip
Size 4677783; 13194; 8316; 7399; 197198; 3708939; 375920; 62081; 10034; 12441; 5026; 3882; 1628; 3883; 310126; 6574; 4142; 25485; 522367; 306135; 2909
Version 1.0
Discipline Humanities