Archeologische begeleiding Geertruidenberg De Riethorst Archeologisch proefsleuvenonderzoek en begeleiding aan de De Riethorst te Geertruidenberg in de gemeente Geertruidenberg

DOI

Econsultancy heeft een proefsleuvenonderzoek en opgraving, variant archeologische begeleiding, uitgevoerd voor het plangebied aan de Riethorst te Geertruidenberg. In het plangebied zal een nieuw verpleeghuis met aanleunwoningen worden gerealiseerd. Hierbij zal het met een oppervlakte van circa 5.600 m2 worden bebouwd, waarbij de bodem tot circa 1,20 meter beneden het maaiveld verstoord zal worden. Voorafgaand aan de nieuwbouw werd het bewoningscomplex uit de jaren ‘70 van de vorige eeuw zowel boven- als ondergronds gesloopt. Het archeologisch onderzoek wordt noodzakelijk geacht om te bepalen of er een gerede kans is dat archeologische waarden wel of niet aanwezig (kunnen) zijn in de ondergrond, die door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast/verloren kunnen gaan. Daarom is het binnen het kader van de Erfgoedwet (2016) verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren.Het doel van het proefsleuvenonderzoek is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het vooronderzoek (bureauonderzoek en/of inventariserend veldonderzoek). Het gaat om gebieds- of vindplaatsgericht onderzoek. Het proefsleuvenonderzoek gebeurt door middel van waarnemingen in het veld, waarbij (extra) informatie wordt verkregen over bekende en/of verwachte archeologische waarden binnen een onderzoeksgebied. Dit omvat de aan- of afwezigheid, de aard, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden.Op basis van de veldresultaten van het proefsleuvenonderzoek is in overleg met de opdrachtgever, de gemeente Geertruidenberg en Econsultancy, als archeologisch uitvoerder, besloten dat een vervolgonderzoek in de vorm van een opgraving, variant archeologische begeleiding, uitgevoerd diende te worden.Doel van de opgraving, variant archeologische begeleiding, is het documenteren van gegevens en het ex situ veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden die van belang is voor de kennisvorming over het verleden.Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Op basis van de actualisatie van het bureauonderzoek in 2016 is er geconcludeerd dat voor de perioden (Laat-)Paleolithicum tot en met de Romeinse tijd een middelhoge verwachting van toepassing is op het plangebied, en voor de Middeleeuwen en Nieuwe tijd een hoge verwachting.Gevolgde onderzoeksmethode Deze standaardrapportage brengt verslag van zowel het proefsleuvenonderzoek (projectcode 2989.001) en de opgraving, variant archeologische begeleiding (projectcode 2989.003), uitgevoerd op respectievelijk 18 tot en met 20 april 2017 en 11 december 2017.Tijdens het proefsleuvenonderzoek is op kleine punten afgeweken van de onderzoeksmethodiek zoals beschreven in het Programma van Eisen. In totaal zijn vier werkputten aangelegd van circa 20 bij 4 meter (in totaal circa 320 m2). Als gevolg van de terreinomstandigheden (aanwezigheid bebouwing, hekwerk, begroeiing, kabels en leidingen) moesten de werkputten enigszins verplaatst worden en tevens verkleind worden, in het bijzonder Werkput 1 en Werkput 4. Werkput 2 is extra verlengd om de in de andere werkputten verloren oppervlakte te compenseren.Op 11 december 2017 zijn de civieltechnische graafwerkzaamheden binnen een deel van het plangebied archeologisch begeleid, binnen een oppervlakte van circa 920 m2. Tijdens deze begeleiding reikten de civieltechnische graafwerkzaamheden niet dieper dan de bovenste (sub)recent geroerde en opgebrachte bodemlagen. Hierna heeft overleg plaatsgevonden met de opdrachtgever/initiatiefnemer en de gemeente Geertruidenberg over de te volgen onderzoeksstrategie. Omdat het waarschijnlijk was dat bij de ondergrondse sloopwerkzaamheden van het oude complex niet altijd het archeologisch relevante niveau bereikt zou worden, is voor een praktisch en financieel adequate aanpak gekozen. Deze bestond uit de periodieke inspectie van het plangebied tijdens de sloopwerkzaamheden door een lid van de Oudheidkundige Kring ‘Geertruydenberghe’. Indien (behoudenswaardige) archeologische resten werden waargenomen, diende de archeologisch uitvoerder (Econsultancy) verwittigd te worden om ter plekke de documentatie uit te voerden, conform Protocol Opgraven.Resultaten proefsleuvenonderzoek en opgraving, variant archeologische begeleiding Tijdens het veldonderzoek zijn zeven sporen aangetroffen, waarvan vier als niet natuurlijk en niet als een (sub)recente verstoring geïnterpreteerd kunnen worden. Deze sporen betreffen een soort damlichaam/beschoeiing, een puinconcentratie (baksteen), en een baksteenfundering in het zuidoostelijke deel van het plangebied, en een baksteenfundering in het noordwestelijke deel van het plangebied. Het soort damlichaam/beschoeiing kan op basis van het geassocieerde aardewerk in de 18e eeuw en vroege 19e eeuw gedateerd worden, en heeft mogelijk iets te maken met de op de Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 (Geertruidenberg: opgetekend 1821) weergegeven ‘zustersloot’ of vijver. De puinconcentratie is geïnterpreteerd als afbraakpuin van een gebouw uit de 18e eeuw, mogelijk de schuurkerk uit 1767 - 1862. De baksteenfundering in het zuidoostelijke deel van het plangebied is in verband gebracht met een in 1771 aangelegde omheining tussen het Groot Prinsenhof en Klein Prinsenhof (1575 - 1771/1889), die als een van de residenties van Willem van Oranje fungeerde in het laatste kwart van de 16e eeuw. De baksteenfundering in het noordwestelijke deel van het plangebied kan mogelijk in verband gebracht worden met een gebouw op een achtererf van woningen aan de Venestraat uit de 18e eeuw en het begin van de 19e eeuw.De bodemopbouw in het plangebied bestond uit deels (sub)recent opgebrachte (puin)lagen, met name ter plekke van de zuidoostelijk gelegen parkeerplaats, op zandige ophooglagen, op dekzand (C-horizont; Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel). De ophooglagen kunnen op basis van het vondstmateriaal, hoofdzakelijk aardewerkfragmenten, gedateerd worden tussen de 14e eeuw en het begin van de 20e eeuw. Hierbij is vondstmateriaal uit verschillende perioden deels vermengd door de verstoring van oudere ophooglagen door (sub)recente bodemingrepen. Verder is in de top van het dekzand geen profiel van de verwachte veldpodzolgronden aangetroffen.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-xqt-pjpc
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-xqt-pjpc
Provenance
Creator A.C. Mientjes
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor R.C.B. Steenbak; Econsultancy
Publication Year 2024
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact R.C.B. Steenbak (Provincie Noord-Brabant)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/dbf; application/shp; application/shx; application/vnd.openxmlformats-officedocument.spreadsheetml.sheet; application/pdf; text/csv; image/jpeg; text/xml; application/zip
Size 16110; 2608; 556; 12889; 73004; 1716; 6492672; 6661120; 6709248; 5412352; 6137856; 6327296; 6425600; 6519808; 6440448; 6460416; 6151168; 6389248; 6928896; 6515712; 6469120; 6698496; 6632448; 6286848; 6210048; 6241792; 6195200; 6090240; 6232064; 6217216; 6259712; 6737408; 6437888; 6245888; 6508544; 6743552; 6410752; 6605824; 6176256; 6496768; 6650880; 6578688; 6738432; 6720000; 6724096; 6582784; 6761984; 6606848; 6603776; 6479872; 6631424; 6623744; 7009280; 7114240; 6963200; 6938112; 7185920; 5976064; 5501952; 5921280; 6138368; 6710; 17611578; 830; 184; 124; 77; 300; 108; 198; 128405; 306736; 35736; 4973242; 2302315; 71066; 240743; 2920201; 2249047
Version 1.0
Discipline Humanities