Uit de zes verkennende boringen die in het plangebied zijn gezet, blijkt dat de bovengrond tot 0,7 à 1,2 uit zware (kom)klei bestaat dat vervolgens overgaat in lichtere klei. Deze klei is vermoedelijk te relateren aan de Bruchem stroomgordel. In het noordelijk deel van het plangebied is een (rest)geul aangetroffen. Op één boring (6) na is de bodem intact. In deze boring zijn in het komkleipakket tussen circa 40 en 60 cm –mv wat baksteenresten en houtskool gevonden. In het noordelijk deel van het plangebied is tussen 1,4 en 1,5 m –mv een fosfaathoudende laag aangetroffen.