ConclusieVolledig volgens de archeologische verwachting werden in de boringen op de locatie van de rotonde dikke ophogingspakketten aangetroffen. Deze ophogingspakketten moeten gezien het vondstmateriaal opgebracht zijn in (of na) de late 18de of I9de eeuw. Nergens werd de onderzijde van dit ophogingspakket vastgesteld, ondanks dat de boringen tot 1.30 m. - 1.80 m. doorgezet zijn. Aanwijzingen voor de in het bureauonderzoek veronderstelde ravelijnmuur en de daartoe behorende gebouwen werden niet aangetroffen. De gracht van het ravelijn kan hier wel aanwezig zijn geweest, maar is vermoedelijk pas op een grotere diepte aantoonbaar.