Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (15117.001) Heerlerweg 19 te Vierakker

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachtingOp basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied en hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden (Laat)-Paleolithicum t/m Middeleeuwen. Deze verwachting is vooral gebaseerd op de veronderstelde ligging van het plangebied op een hooggelegen dekzandrug/-kop. Dergelijk relatief hoog gelegen terreindelen zullen al voor jagers en verzamelaars (Laat-Paleolithicum en Mesolithicum) een gunstige ligging hebben gehad als tijdelijke nederzettingslocatie (jachtkampementen). Ook voor landbouwers was het plangebied een gunstige nederzettingslocatie. De van nature voldoende ontwaterde gronden op de dekzandrug waren geschikt voor het verbouwen van gewassen. Op basis van beschikbaar historisch kaartmateriaal is het plangebied pas aan het begin van de 19e eeuw (deels) in gebruik genomen als akkerland. Plaggenbemesting heeft dan ook waarschijnlijk pas vanaf deze periode plaatsgevonden. Pas in de jaren ’80 van de 20e eeuw is het noordelijke en centrale deel van het plangebied deel gaan uitmaken van het boerenerf gelegen aan de Heerlerweg 19, waarbij het ingericht is voor de opslag van kuilvoeder. Het zuidelijke deel van het plangebied is tot op heden in agrarisch gebruik. Voor de periode Nieuwe tijd wordt de verwachting dan ook laag geacht. Op een afstand van circa 550 meter ten westen de historische kern van Wichmond gelegen, die in de 16e eeuw verloren is gegaan. Hier is, naast de middeleeuwse resten, ook een glasfragment uit de periode IJzertijd - Romeinse tijd aangetroffen. Verder zijn op een afstand van 800 tot 950 m ten oosten en noordoosten van het plangebied resten van bewoning en ijzerwinning uit de Middeleeuwen aangetroffen, binnen een relatief grootschalig complex van dek-zandruggen.Resultaten inventariserend veldonderzoekUit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, gecombineerd verkennende en karterende fase) blijkt dat er binnen het gehele plangebied bodemverstorende ingrepen/vergravingen zijn uitgevoerd. In het noordelijke en centrale deel van het plangebied, waar sleufsilo’s/kuilvoerplaten liggen, komen tot gemiddeld 100 cm -mv geroerde/verstoorde lagen voor, welke plaatselijk ook resten/brokken betonpuin en plastic bevat. Zeer waarschijnlijk gaat het hier om teruggeplaatste grond na plaatsing van de sleufsilo’s/kuilvoerplaten. Voor het zuidelijk gelegen terreindeel grasland gaat het om diepploegwerkzaamheden om daarmee de waterhuishouding van het perceel grasland te verbeteren (gebroken gronden). Hier komt tot gemiddeld diepte van 70 cm -mv donkergrijs, donker-bruingrijs tot donkergeelbruin gekleurd en sterk gevlekt, zwak tot matig humeus, zwak kleiig, zwak siltig, matig fijn zand voor. De overgang naar de onverstoorde bodemopbouw is scherp en betreft direct naar de 1C-horizont (dekzandafzettingen). Onder het pakket dekzand vindt op een minimale diepte van 135 cm -mv een overgang plaats naar vlechtende rivierterrasafzettingen (2C/2Cr-horizont).In de top van het dekzand zal zich, voordat de Gelderse IJssel ontstond en het gebied vaak overstroomde, een beek- of gooreerdgrond dan wel een holt- of veldpodzolgrond hebben gevormd (in het laatste geval indien er voldoende neerwaartse grondwaterbeweging was met niet te ondiepe grondwaterstanden). Restanten van deze van nature gevormde bodemopbouw zijn niet aangetroffen. Op grond van de gezette boringen is binnen het gehele plangebied het archeologisch potentiële vondst- als sporenniveau aangetast, zo niet volledig verstoord/vergraven. Er zijn verder ook geen archeologische indicatoren aangetroffen. ConclusieGeconcludeerd wordt dat er op basis van de resultaten van het booronderzoek er geen aanwijzing zijn om restanten van een archeologische vindplaats binnen het plangebied te verwachten. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen. De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek, waarbij een hoge verwachting gold voor de perioden (Laat)-Paleolithicum t/m Middeleeuwen, kan dan ook worden bijgesteld naar geen verwachting.AdviesOp grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Er is sprake van een sterk verstoorde bodemopbouw binnen het plangebied, waardoor archeologische resten niet meer in situ worden verwacht (archeologisch potentiële sporen-/vondstniveau is sterk aangetast dan wel volledig verwijderd). Daarnaast zijn er geen archeologisch relevante indicatoren aangetroffen tijdens het onderzoek. Een archeologische vindplaats wordt niet meer verwacht binnen het plangebied. Dit advies is voorgelegd aan het bevoegd gezag in kwestie, Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bronckhorst en door middel van een selectiebesluit als zodanig bekrachtigd (beoordeling archeologisch rapport door mevrouw A. Lugtigheid-Hendriks, d.d. 16 maart 2021 (Zaaknummer: 2021EA0287)). Met bovenstaand advies wordt ingestemd. Wel wordt aangegeven dat de locatie van de toekomstige sleufsilo’s/kuilvoerplaten niet is onderzocht, maar zeer waarschijnlijk is de bodem hier ook diep geploegd net als bij de zuidelijke helft van de nieuwbouwlocatie van de stal. Door de diepe verstoring is de kans dat op de locatie nog een archeologische vindplaats aanwezig is, minimaal. Er is daarom geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk.Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Ook wordt geadviseerd om de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Bronckhorst (de heer W. Hagens) hierover direct te informeren.

Date Accepted: 16-03-2021

Date Accepted: 2021-03-16

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-26R-3D89
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-26R-3D89
Provenance
Creator E.M. ten Broeke
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor E.M. Broeke, ten; E.M. ten Broeke (Econsultancy); Econsultancy
Publication Year 2021
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact E.M. Broeke, ten (Econsultancy)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 11395; 12589228; 11337; 1062; 4585
Version 1.0
Discipline Humanities