Het plangebied ligt volgens de geactualiseerde archeologische beleidskaart van de gemeente Berkelland binnen een gebied met een hoge archeologische verwachting, waarbij eventueel aanwezige archeologische resten afgedekt zijn door een >50 cm dik plaggendek en daardoor waarschijnlijk goed geconserveerd zijn (Archeologisch Waardevol Verwachtingsgebied (AWV) categorie 5). Het plangebied ligt namelijk op de zuidelijke flank van een dekzandrug, welke circa 50 meter in zuidelijke richting overgaat in het voormalige beekdal van de Berkel (voordat deze werd gekanaliseerd en rechtgetrokken). De verwachting is dat het plangebied al vanaf het Laat-Paleolithicum voldoende geschikt was als (tijdelijke) nederzettingslocatie. Vanaf het Neolithicum was het plangebied ook zeker geschikt voor permanente bewoning en vormde een uitvalsbasis voor de ontginning van de vruchtbare landbouwgronden binnen het uitgebreide areaal waar dekzand voorkomt/dekzandruggen voorkomen. De lagere en waarschijnlijk nattere beekdalgronden binnen het overstromingsgebied van de Berkel fungeerde mogelijk als natuurlijke graslanden. Dergelijke gebieden waren daarmee geschikt voor het laten grazen van vee (weidegronden). Binnen het plangebied wordt een hoge zwarte enkeerdgrond verwacht, wat betekent dat er oorspronkelijk sprake is van een dik plaggendek, opgebracht in de periode dat de dekzandrug, waarop de buurtschap en het latere kerkdorp Rekken is ontstaan, voor een groot deel gebruikt werd als bouwland/akkerland.
Resultaten en conclusie inventariserend veldonderzoek
De resultaten van het verkennend booronderzoek bevestigen de ligging van het plangebied binnen een dekzandrug. Binnen het terreindeel langs de noordgevel van de Antoniuskerk hebben reeds (vrij) recente verstoringen/vergravingen plaatsgevonden, waarbij in het gehele pakket humeuze grond brokken/fijne resten rode baksteenpuin en rode golfdakpan zijn aangetroffen. Het betreft wellicht sloopafval afkomstig van eerdere verbouwingen aan de Antoniuskerk, maar kan net zo goed sloopafval betreffen van andere nabijgelegen en voorheen aanwezige bebouwing. Er zijn geen aanwijzingen dat er zich nog intacte inhumatiegraven (menselijke begravingen) bevinden. Mochten er ooit begravingen hebben gelegen binnen het terreindeel waar de aanbouw is gepland, dan zullen deze reeds zijn geruimd.
De boringen gezet in het noordoostelijk gelegen terreindeel laten een merendeels intacte bodemopbouw zien. Er is sprake van een dik plaggendek, waardoor het huidige bodemprofiel een hoge enkeerdgrond betreft. De van nature gevormde holtpodzolbodem/bruine bosgrond, gevormd in de oorspronkelijke top van het pakket dekzandafzettingen, is onder het plaggendek ook nog deels intact aanwezig, vanaf (een deel van) de verbruinings-/verwerings-Bws-horizont. Op diepte, rond 2 m -mv, bevinden zich ten dele verspoelde dekzandafzettingen/fluvioperiglaciale afzettingen. Voor het noordoostelijk gelegen terreindeel kan geconcludeerd worden dat het, vanwege de intacte oorspronkelijke bodemopbouw (geen diepgaande recente bodemverstorende ingrepen waargenomen), zijn hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten behoudt, zoals aangegeven op de geactualiseerde archeologische beleidskaart van de gemeente Berkelland. Voor het terreindeel langs de noordgevel van de Antoniuskerk geldt dat recente verstoringen/vergravingen reiken tot minimaal in de oorspronkelijke top van de C-horizont. De archeologische verwachting kan dan ook voor dit terreindeel worden bijgesteld naar een lage verwachting.