Laagland Archeologie heeft in augustus een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de D’Olde Dijk 2 te Staphorst. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de inrichting tot bedrijfsterrein en de mogelijke bouw van loodsen in een later stadium.Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Het plangebied bevindt zich in een dekzandvlakte vervlakt door veen. Bodemkundig ligt het gebied in een zone met laarpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand. Al vroeg in het Holoceen raakte het terrein bedekt met veen. Dit veenpakket heeft zich tot in de Late Middeleeuwen kunnen handhaven. Door het plangebied loopt een oude leidijk uit 1300 of later, waarop tussen 1475 – 1600 een bewoningsas lag. Uit de periode voor de Late Middeleeuwen worden geen of nauwelijks resten verwacht. Voor wat betreft de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd moet een hoge verwachting worden aangehouden.Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.Tijdens het verkennende booronderzoek is een grotendeels intact podzolprofiel vastgesteld. Ter hoogte van de ontginningsas is mogelijk een archeologisch spoor aangetroffen. Indien in het plangebied hier bodemverstorende werkzaamheden plaatsvinden, is archeologisch vervolgonderzoek van toepassing.Dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Staphorst. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, O. Satijn.Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).